Categorie archief: Fotografie in woord

Scherptediepte bestaat niet


Een veelbesproken onderwerp in de fotografie. Het komt er in het kort op neer dat je stelt scherp op een onderwerp en bij het gebruik van een kleinere lensopening is niet alleen het onderwerp scherp maar ook binnen een gebied vóór het onderwerp en binnen een gebied achter het onderwerp blijft het onderwerp scherp. Dit gebied, de zogenaamde scherptediepte is afhankelijk van de grootte van het diafragma, de afstand van camera tot onderwerp en de brandpuntsafstand van de lens. Klaar, punt uit.
Ja en nu juist dat “klaar, punt uit” zit mij niet lekker, sterker nog ik durf te beweren dat dit niet waar is. Maar hebben al die mensen die er verstand van hebben het dan mis? Ja en nee! Ben ik weer de betweter? Wellicht wel.
In de praktijk wordt in het algemeen aangenomen dat binnen het bereik van de scherptediepte het onderwerp binnen dit scherptediepte-gebied scherp blijft. Nee dus. Punt uit!
Een afbeelding van het onderwerp voor de lens wordt scherp op de sensor geplaatst, uitgaande van een correcte scherpstelling. In het betoog van de term scherptediepte zouden we dus nu zonder enige instelling op de camera te veranderen de camera binnen het scherptegebied kunnen verplaatsen en, volgens de algemene regel van de scherptediepte, het onderwerp blijvend scherp op de sensor worden afgebeeld. Immers in het scherptegebied is en blijft ons onderwerp scherp. En daar gaat het fout.
Het onderwerp is scherp op de afstand waarop wij op het onderwerp hebben scherpgesteld. Echter op een willekeurige afstand van het onderwerp, echter wel binnen ons scherptediepte-gebied zal er een verstrooiingsfiguur rondom ons beeld op de sensor verschijnen. Deze verstrooiingsfiguur ontstaat puur door onscherpte. Naarmate deze afstand toeneemt zal deze verstrooiingsfiguur ook toenemen en ontstaat er meer onscherpte.
De toename van deze verstrooiingsfiguur is dan weer afhankelijk van de gebruikte lensopening, afstand van camera tot onderwerp en brandpuntsafstand van de gebruikte lens. Uiteraard speelt grootte van de sensor hierbij ook een rol maar dit laat ik hier buiten beschouwing.
Bij de juiste scherpte instelling op het onderwerp krijgen we een scherp beeld op de sensor. Echter binnen het scherptedieptegebied is de toename van de verstrooiingsfiguur rondom het beeld op de sensor zo klein dat onscherpte nauwelijks waarneembaar is, maar de onscherpte, veroorzaakt door de verstrooiingsfiguur, is wel degelijk aanwezig in die mate dat het beeld “praktisch” scherp is echter “theoretisch” onscherper wordt naarmate we meer van ingestelde scherpstel-afstand afwijken. En vanuit dit standpunt heeft men dus aangenomen dat binnen het scherptegebied het beeld op de sensor “scherp” blijft. En bij iedere omschrijving van de term scherptediepte zowel in literatuur, of video’s, tutorials, lezingen op youtube in het bijzonder maar zeker ook op internet in het algemeen denk ik “dat is niet juist”. Want 10:3,33:3,33:3,33= praktisch nul maar zal nooit nul worden.
Ben je het met mijn verklaring niet eens, ik hoor het, vergezeld van een goede tegenuitleg, graag.

Wikipadia geeft omtrent scherptediepte een mooie verklaring.
De scherptediepte is het gebied in de voorwerpsruimte, waarbinnen de verstrooiingscirkels niet groter zijn dan de toelaatbare onscherpte. In de kleinbeeldfotografie wordt daarbij uitgegaan van een maximale diameter van de verstrooiingscirkels van 0,03 mm. Voor andere formaten (waaronder ook digitale camera’s) moet deze waarde worden gedeeld door de crop-factor van dat formaat.[1]

Wanneer de diafragmaopening wordt verkleind, zal de lichtkegel veel spitser binnenvallen. De cirkels (verstrooiingscirkels) worden dan ook kleiner en dus scherper afgebakend. Om nu te bepalen wat door mensen als scherp wordt beschouwd, zijn er afspraken gemaakt die er voor het kleinbeeldformaat op neerkomen dat „scherp” overeenkomt met een verstrooiingscirkel met een diameter kleiner dan 0,03 mm.

De scherptediepte is dus het hele gebied (niet alleen op het vlak waarop is scherpgesteld, maar ook het gebied ervoor en erachter) in de voorwerpsruimte waarvan de verstrooiingscirkels in de beeldruimte kleiner zijn dan 0,03 mm. Het scherptevlak ligt overigens niet precies midden in dit gebied; de scherpte van het gebied vóór het scherpstelvlak is kleiner dan het gebied erachter. Bij de zogenaamde hyperfocale afstand loopt het scherptegebied achter het scherpstelpunt door tot in het oneindige.

RAW; Van creatie tot presentatie.


RAW; Vanaf creatie tot presentatie.

Waarom fotografeer ik zelf niet in Jpeg maar in RAW, en adviseer ik iedereen die meer met zijn foto’s wil doen dan alleen bewaren op zijn/haar pc dit ook te doen. Meer hierover in dit artikel.

Jpeg is het wereldwijdverspreide en meest bekende bestandsformaat. Het is met betrekking tot zijn bestandsformaat relatief klein, kan in ieder beeldbestandsprogramma worden bekeken, makkelijk te hanteren en op te slaan, maar het is een gecomprimeerd bestandsformaat. En deze compressie heeft als neveneffect verlies in kwaliteit.

RAW is zoals de naam al zegt het rauwe beeld, zoals de data op de sensor valt is het beeld. Dit gezegd hebbende is het eigenlijk zo dat iedere camera een RAW beeld vastlegt. Echter heb jij de camera instellingen zodanig ingesteld dat het bestandsformaat Jpeg moet zijn, dan wordt het RAW bestand door de camera bewerkt, gecomprimeerd en omgezet naar een Jpeg bestand.
We kunnen vaststellen dat het RAW bestand eigenlijk kan worden vergeleken met het analoge negatief. Zowel het analoge negatief als het digitale RAW bestand bevatten alle rauwe informatie die nodig is om dit tot een zichtbaar beeld te ontwikkelen.
Het kleurenpalet van het RAW bestand is rijker en voller dan deze in het gecomprimeerde Jpeg bestand zijn vastgelegt.
De kwaliteit in het algemeen is van het RAW bestand hoger dan van het Jpeg bestand welke wordt veroorzaakt door de datacompressie en daardoor verlies van data en dus kwaliteit van het Jpeg bestand.
Heb je in de camera-instellingen vastgelegt dat je een Jpeg bestand als eindresultaat wil hebben dan wordt het RAW bestand (zoals eerder al opgemerkt) door de camera bewerkt, gecomprimeerd en omgezet naar het Jpeg bestand. En dan kom ik op een punt waarbij ik opmerk:
Je hebt een digitale spiegelreflexcamera waarbij de instellingen, de mogelijkheden tot instellingen en de uitvoering van deze instellingen in eigen hand hebt. Hierbij uiteraard uitgaande van het feit dat je de camera niet op stand “A” (automatisch) of “P” (programma) hebt staan. Waarom laat je de camera dan het RAW beeld op de sensor bewerken?? Door middel van de door jou gekozen en ingestelde waarden, de belichting, de compositie etc. maak je de foto, en geef je de finishing touch van het door jou gemaakte beeld uit handen!!
De bewerkingen aan het RAW bestand in Lightroom zijn “niet destructief”, dat wil zeggen, alle bewerkingen die je hebt gedaan zijn omkeerbaar zonder verlies in kwaliteit, hoe vaak je dit ook doet. Je bent bezig met een hoeveelheid data die tot de vorming van een foto moet komen.
Bij de bewerking van een Jpeg foto is dit een ander verhaal. Hier ben je bezig met een foto waarbij elke bewerking wel destructief is als deze wordt opgeslagen.
Het bewerken van je RAW bestanden is een leerproces. Hoe vaker je het doet, hoe meer kennis je tot je neemt in de vorm van tekst of video’s omtrent het bewerken van foto’s, des te beter wordt het eindproduct. Dit heeft tot groot voordeel (en ik spreek hier uit eigen ervaring) dat eerdere gemaakte RAW bestanden met de opgedane kennis opnieuw kunnen worden bewerkt met veelal een mooier eindresultaat, simpel omdat de bewerking “niet destructief” is. Je gaat weer terug naar het originele RAW bestand met alle data informatie in zich.
Doordat het Jpeg bestand is bewerkt, gecomprimeerd en omgezet vanuit het originele RAW bestand met dataverlies, is er weinig tot geen tolerantie meer te bewerkstelligen in onderbelichting/overbelichting. Dit in tegenstelling tot het bewerken bij je originele RAW bestand, waarbij vooral bij onderbelichting nog mooie resultaten zijn te behalen. Bij overbelichting is het een ander verhaal. Daar waar het bestand is overbelicht, bevindt zich geen data informatie en kan dus niet worden bewerkt.
Een andere instelling die of vooraf wordt ingesteld cq gemeten is de witbalans. De witbalans bepaald in hoge mate de kleurtemperatuur van de foto. Bij de omzetting van het RAW bestand naar de Jpeg foto in de camera zelf wordt deze witbalans vastgelegt. Bij de bewerking van de originele RAW data informatie kan deze wit-balans nog makkelijk en uitvoerig worden aangepast/gewijzigd zonder verlies in kwaliteit.

Heeft het RAW bestand dan geen nadelen ten opzichte van de Jpeg foto.
Als antwoord op deze vraag lees ik in veel artikelen hieromtrent op internet een bevestigend antwoord, echter wil ik deze vraag met een kort maar zeer krachtig “NEE” beantwoorden.
Het kent slechts enkele ongemakken welke echter ten opzichte van de vele voordelen van het RAW bestand volledig in het niet vervallen.

Jpeg is definitief, de foto is direct klaar, en kan direct worden bekeken. Het RAW bestand moet worden bewerkt. Maar tijdens deze bewerking van het RAW bestand ben jij het, de maker van de foto, die opnieuw evenals bij de gekozen instellingen op de camera de touwtjes in handen heeft.
Dus zeker geen ongemak maar het afmaken van jouw creatie, de uiteindelijke foto.

RAW bestanden zijn met betrekking tot de opgeslagen ruimte groter dan de Jpeg foto’s. Je zult dus meer opslagcapaciteit nodig hebben, in de vorm van een externe schijf waar je alle RAW bestanden op bewaard. Loopt een fotoshoot in Jpeg nog in een aantal Megabyte’s, bij het fotograferen in RAW is een bestandsgrootte van de shoot veelal in Gigabyte’s.

Tijdens de opslag van je gemaakte opnamen in RAW, vooral bij een serieopnamen vanaf 3 beelden per seconde, zal je een snellere SD geheugenkaart in je camera moeten hebben, die minimaal ook nog eens 16 Gigabyte groot is.

Bovenstaande ongemakken in ogenschouw genomen moeten we samen toch tot de conclusie komen dat de voordelen van het fotograferen in RAW niet in het minst opweegt tegen deze kleine ongemakken. Fotograferen is het schrijven met licht, maar hetgeen wordt geschreven komt dan wel uit de pen van diegene die achter de camera staat, vanaf creatie tot presentatie.

micheljansenfotografie

De Belichtingsdriehoek


Ik wil het in dit artikel hebben over de Belichtingsdriehoek.

Er zijn drie eenheden die de belichting van je foto op de sensor bepalen.
Drie eenheden die NIET onafhankelijk van elkaar werken, beslist niet. Het is een drie-eenheid.
De drie eenheden zijn:
* Sluitertijd;
* Diafragma opening;
* Iso of sensor gevoeligheid voor licht.

De camera heeft een aantal instellingen om met deze drie eenheden te werken met als resultaat tot het komen van een goed belichte foto.

De auto stand behandel ik niet.

De diafragma voorkeuze instelling.
Hierbij bepaalt de fotograaf één van de drie eenheden, namelijk de grootte van het diafragma. Echter er is nog een eenheid die de fotograaf in combinatie bij de gekozen diafragma grootte kan bepalen en dat is de iso instelling.
Dus bij diafragma-voorkeuze bepaal jij de diafragma eenheid in combinatie met de iso-eenheid. De camera zoekt hierbij afhankelijk van jou ingestelde eenheden (diafragma en iso) en AFHANKELIJK van de bestaande lichtomstandigheden de eenheid sluitertijd. Maar dit is bekeken vanuit de positie wat de fotograaf heeft ingesteld.
Bekijk het eens vanuit het standpunt van de camera, wat eigenlijk op deze manier door niemand wordt benaderd:

De diafragma voorkeuze instelling.
Hierbij bepaalt de camera één van de drie eenheden, namelijk de sluitertijd afhankelijk van de door de fotograaf gekozen eenheden: diafragma opening en iso.
Waarom deze benaderingswijze? Omdat bij het instellen van het diafragma deze eenheid dus bekend is bij de fotograaf, samen met de iso instelling, maar de gedachtengang wellicht is dat de camera dan wel de sluitertijd kiest. En dat doet deze ook, maar welke??? De camera kiest die sluitertijd die past bij de door de fotograaf gekozen eenheden diafragma en iso, maar kiest deze sluitertijd tevens afhankelijk van de lichtomstandigheden. Voorbeeld, gekozen diafragma 8, iso 125, echter de lichtomstandigheden zijn matig. De camera kiest sluitertijd 1/15 seconde. Wil jij dat??
Wat ik hiermee wil zeggen is dus ondanks dat de suggestie er is dat de diafragma voorkeuze een semi-automatische instelling is, de fotograaf zich wel degelijk moet beseffen welke diafragma eenheid hij bij een bepaalde iso eenheid insteld bij lichtomstandigheden op dat moment.

Het bovenstaande verhaal gaat ook op bij de sluitertijdvoorkeuze.
Hierbij bepaalt de fotograaf één van de drie eenheden, namelijk de sluitertijd. Echter er is nog een eenheid die de fotograaf in combinatie bij de gekozen sluitertijd kan bepalen en dat is de iso instelling.
Dus bij sluitertijd-voorkeuze bepaal jij de sluitertijd eenheid in combinatie met de iso-eenheid. De camera zoekt hierbij afhankelijk van jou ingestelde eenheden (sluitertijd en iso) en AFHANKELIJK van de bestaande lichtomstandigheden de eenheid diafragma. Maar dit is bekeken vanuit de positie wat de fotograaf heeft ingesteld.
Bekijk het eens vanuit het standpunt van de camera, wat eigenlijk op deze manier door niemand wordt benaderd:

De sluitertijd voorkeuze instelling.
Hierbij bepaalt de camera één van de drie eenheden, namelijk het diafragma afhankelijk van de door de fotograaf gekozen eenheden: sluitertijd opening en iso.
Waarom deze benaderingswijze? Omdat bij het instellen van de sluitertijd deze eenheid dus bekend is bij de fotograaf, samen met de iso instelling, maar de gedachtengang wellicht is dat de camera dan wel het diafragma kiest. En dat doet deze ook, maar welke??? De camera kiest dat diafragma dat past bij de door de fotograaf gekozen eenheden sluitertijd en iso, maar kiest dit diafragma tevens afhankelijk van de lichtomstandigheden. Voorbeeld, gekozen sluitertijd 1/125, iso 125, echter de lichtomstandigheden zijn matig. De camera kiest diafragma 2.8. Wil jij dat??
Wat ik hiermee wil zeggen is dus ondanks dat de suggestie er is dat de sluitertijd voorkeuze een semi-automatische instelling is, de fotograaf zich wel degelijk moet beseffen welke sluitertijd eenheid hij bij een bepaalde iso eenheid insteld bij lichtomstandigheden op dat moment.

Vraag is en blijft, wanneer kies je voor sluitertijd voorkeuze of diafragma voorkeuze.

Alles wat te maken heeft met scherptediepte is afhankelijk van je diafragma keuze.

Alles wat te maken heeft met snelheid, en dit niet alleen betreffende het voorwerp wat je fotografeert maar ook zeker met de brandpuntsafstand van je fotolens is afhankelijk van je sluitertijd keuze.

Wil je echt alles zelf in de hand houden, dan fotografeer je op de manuele stand. Het voordeel hierbij is dat je met alles en overal kan bezighouden. In deze stand is de magie van de belichtingsdriehoek voor de volle 100% in jou handen. Wat bedoel ik hiermee.
Je fotografeert met een 200mm lens, en je wilt toch wel wat scherptediepte. Geen probleem
De sluitertijd is bekend. 200×1,5 is 1/300 seconde!
Diafragma 8.0!
Je moet je belichting dan regelen met de iso instelling, afhankelijk van de lichtomstandigheden.

DIAFRAGMA * SLUITERTIJD * ISO zijn een drie-eenheid!! Verandering van één heeft invloed op de andere eenheden.

De ommekeer


De ommekeer van foto-schoudertas naar foto-rugzak zou eigenlijk de volledige titel van dit item moeten zijn.

Wat ik zoal bij me heb als ik ga fotograferen? Uiteraard mijn Nikon D5200 body, een 18-140mm lens, een 70-300 lens en een 10-20mm lens. Reserve accu’s, lens schoonmaaksetje, reserve geheugenkaartjes, en nog wat klein spul. En hoe neem ik deze spullen allemaal mee?
Een aantal jaren heb ik deze spullen in een schouderfototas meegedragen.
Voordelen, daar deze tas aan de bovenzijde toegang had tot de binnenzijde door middel van een ritssluiting kon ik uiterst snel een fotolens verwisselen. Dit was dan ook voor mij het grote voordeel van de schoudertas in het algemeen maar specifiek voor deze schoudertas middels de ritssluiting. Je hoefde de tas niet af te doen.
Nadeel, een gewicht van zes kilogram aan je schouder en dan niet voor 15 minuten maar veelal voor een aantal uren.
Door het grote voordeel van de schouderfototas met betrekking tot de snelle toegang had ik een afkerende mening over de fotorugtassen. Daar ik best wel veel mijn lenzen verwissel zou ik dus een aantal keren de rugzak moeten afdoen, ergens neer leggen, openen, lens verwisselen, dicht ritsen en weer op je rug zwaaien. PPfff.
Maar de voortdurende pijn in de schouder na een fotoshoot begon mij toch ook tegen te staan.
Dus toch voorzichtig maar wel gericht en zorgvuldig via het internet op zoek naar een rugtas.
Voorwaarde was wel dat ik al mijn spullen er in kwijt kon, het een All weather exemplaar moest zijn en geen toegang aan de voorzijde van de rugtas. En dat werden avonden vergelijken, filmpjes op youtube bekijken, voor-en nadelen naast elkaar afwegend en de nodige hoofdbrekens.
De knoop en de bijl kwamen op een bepaald moment samen, kortom de knoop werd doorgehakt en er werd een besluit gemaakt.

   
De Lowepro ProTactic 450 AW Zwart is het geworden. Een juiste indeling was even puzzelen maar daar ben ik wel uit gekomen. Ik heb de rugzak nu verschillende malen met een fotoshoot meegenomen. Het draagcomfort is grandioos en het wisselen van een lens heeft dan wel wat meer tijd nodig, maar over het algemeen valt het reuze mee.
Een goede investering, want onder ons gezegd het is en blijft een flinke uitgave maar zijn geld dubbel en dwars waard.

Michel jansen.

Diafragma en scherptediepte


Diafragma.
Het diafragma is één van de drie factoren die de belichting van de foto bepalen. Maar het diafragma en dan specifieker gezegd de grootte van het diafragma heeft ook belangrijke neveneffecten die je kunt gebruiken in je foto.
De grootte van het diafragma-opening bepaalt de scherptediepte, afhankelijk van de voorwerpsafstand. Naast deze grootte van het diafragma bepaalt ook de brandpuntsafstand van de gebruikte lens de scherptediepte.
Maar als eerste de grootte van het diafragma.
Allereerst wil ik het principe van de scherptediepte verklaren onafhankelijk van de grootte van het diafragma en/of brandpuntsafstand van de gebruikte lens.
Je stelt scherp op een voorwerp op 5 meter. Alles in zowel het verticale als horizontale platte vlak op 5 meter is scherp. Het beeld op de sensor is ook scherp.
Echter op 4,50 meter of 5,50 meter is het beeld op de sensor niet scherp maar wordt waziger en ontstaat er een verstrooiingsfiguur. Op 4,0 meter en 6 meter is deze verstrooiingsfiguur nog waziger. Kortom naarmate je afstand vanaf je oorspronkelijk ingestelde afstand van 5 meter veranderd (voor of achter het voorwerp) wordt de verstrooiingsfiguur onscherper.
Door de diafragma-opening te verkleinen wordt de verstrooiing van het originele beeld, dus de verstrooingsfiguur op de sensor kleiner. De foto wordt niet scherper maar de onscherpte wordt minder. Echter deze verstrooiing van het originele beeld neemt toe naarmate je verder van het voorwerp verwijderd, echter verleg je de plaats waar dit zich voordoet vanaf het originele beeld af. Door de diafragma opening nog verder te verkleinen wordt de verstrooiingsfiguur op de sensor kleiner of anders gezegd de scherptediepte groter. Nogmaals de foto wordt niet scherper, maar de onscherpte wordt kleiner. Maar als een foto minder onscherper wordt, wordt deze toch scherper hoor ik je denken. Nee!! De onscherpte wordt zo klein dat deze onscherpte bijna niet meer te zien is. Laat ik het anders verklaren door een rekensom. Ik heb een getalswaarde en deze deel ik door bijvoorbeeld drie en blijf dit herhalen. De uitkomst zal steeds kleiner worden, maar nooit op nul uitkomen. De onscherpte van de foto wordt steeds kleiner maar zal nooit scherp worden. Oke dit is de zuivere theorie, maar daardoor wordt het geheel wel duidelijker en is de realiteit.
De groothoeklens van 28mm en de telelens van 300mm.
Twee verschillende lenzen maar ze hebben een overeenkomst die tegengesteld is. Weer zo’n opmerking die vreemd overkomt. Maar laat mij dit even verduidelijken.
Ik maak met de 28mm een foto van een voorwerp op 6 meter met diafragma 8.0 De scherptediepte is hierbij groot of anders gezegd de toenemende mate van onscherpte van de verstrooiingsfiguur ligt verder van het originele voorwerp op 6 meter af.
Ik maak dezelfde foto met de telelens van 300mm op 6 meter afstand met diafragma 8.0. De scherptediepte lijkt veel kleiner. Waarom is er verschil in de scherptediepte.
Heeft het gebruik van een lens met een grotere brandpuntsafstand dan werkelijk invloed op deze scherptediepte. Ja en nee.
In principe is diafragma 8.0 bij een groothoeklens even groot als bij een telelens van 300mm. Dus hier en dientengevolge dit kan dus geen verandering in de scherptediepte veroorzaken.
Maar laten we de beide lenzen eens naast elkaar leggen. De groothoek heeft een grote beeldhoek in horizontaal en verticaal vlak waardoor er meer op de foto wordt afgebeeld zowel in horizontaal als verticaal vlak, echter in de diepte lijkt alles dichter bij elkaar te komen. De wijdere beeldhoek heeft in relatieve zin als gevolg dat alles kleiner wordt. En dit feit heeft tot gevolg dat de scherptediepte behorend bij diafragma 8.0 groter lijkt doordat het beeld in de diepte lijkt gecomprimeerd.
De telelens echter heeft een veel kleinere beeldhoek en maken we een foto vanuit het zelfde standpunt zal er door de kleinere beeldhoek, minder op de foto komt en alles groter wordt, zowel in het horizontale en verticale vlak en in de diepte. Het beeld in de diepte wordt (in tegenstelling tot bij de groothoek) niet gecomprimeerd maar uit elkaar getrokken. De onderlinge afstanden in de diepte lijken groter waardoor de scherptediepte kleiner. En dat veroorzaakt het verschil in scherptediepte bij een groothoek en telelens.
Overigens is deze scherptediepte niet zoals je zou verwachten 50% voor het scherpstelpunt en 50% achter dit punt. Deze verhouding ligt op 1/3 voor het scherpstelpunt en 2/3 achter het scherpstelpunt.

micheljansenfotografie

Fotografie in woord


Tot nu toe waren mijn geschreven berichten omtrent fotografie in het algemeen en qua onderwerp zeer divers als aparte berichten in het menu vermeld. Als feedback kreeg ik van Lucy Badoux het idee voorgeschoteld deze artikelen te bundelen en als submenu onder 1 map onder te brengen. Dus worden vanaf heden mijn geschreven berichten omtrent fotografie en bijzaken in deze map gebundeld.

Als geschreven artikelen zijn reeds bijgevoegd:

Witbalans

De SD Geheugenkaartjes

Onderhoud Camera, Lenzen en Sensor

Is mijn sensor vuil?

Reinigingssets

Hoe controleer ik of mijn sensor vuil is.

Welke Compositie Theorie

Reflecties, spiegeling

De zin en onzin van het UV filter

De zin en onzin van het UV filter (2)

De Tas