De camera door de tijd.


 

De camera door de tijd.

Bijzondere camera’s

Tegenwoordig hebben de meeste camera’s autofocus, lekker makkelijk. Je drukt je ontspanknop half in, of voor diegene die de back button focus hebben ingesteld druk je het knopje aan de achterzijde van je camera in, en er wordt scherpgesteld. Maar vroeger ging dat wel anders.
Je moest de lens op een bepaalde afstand instellen met behulp van een aan de lens gekoppelde geïndexeerde afstandsschaal. Dat dit een beetje omslachtig was resulteerde in de gekoppelde afstandsmeter. Het komt er op neer dat de fotograaf in kwestie deze mechaniek via de lens scherp stelt terwijl de fotograaf via de zoeker van de camera de afstand tussen camera en onderwerp bepaalt.
In 1916 werd door de Kodak Eastman company de 3A Autographic Kodak Special model B geïntroduceerd. Dit was een balgcamera met een gekoppelde afstandsmeter.

Kodak 3a Autographic Kodak Special Model B met meetzoeker
De camera had sluitertijden van 1, 1/2, 1/5, 1/10, 1/25, 1/50, 1/100. en 1/200, en was uitgerust met een Carl Zeiss Jena objectief 1:6,3/16,5 cm. Deze camera was een rolfilmcamera.

In 1934 introduceerde Kodak zijn eerste kleinbeeldcamera. De camerabehuizing was van metaal en overtrokken met leer.

Retina 1 (type 117)
De fotorol was in eerste instantie alleen te verkrijgen in 36 opnamen en later werden daar de fotorolletjes van 24 en 12 opnamen aan toegevoegd.
De camera had een zelf uitklappende lens. De retina 1 was de eerste fotocamera ontworpen door dr. August Nagel wiens bedrijf door de Eastman Kodak Company was overgenomen.

micheljansenfotografie

 

De camera door de tijd-de Brownie


Als je aan een willekeurig iemand de vraag stelt: “Wat is een brownie”, zullen zij bijna zeker antwoorden: “Ja lekker bij de koffie of een beker chocomel”.  Maar over deze eetbare brownie wil ik het in dit artikel niet hebben.

De brownie waar ik wat meer over wil vertellen is gemaakt door de Eastman Kodak Company en werd in februari 1900 geïntroduceerd, en geproduceerd tussen oktober 1900 en oktober 1901.

wp3a1995c5_05_06

De brownie was een zwart beklede kartonnen box camera, eenvoudig van opbouw, met een simpel meniscuslensje met een vaste brandpuntsafstand als objectief. Na iedere gemaakte foto moest je handmatig de rolfilm doordraaien naar de volgende foto. De rolfilm was gewikkeld om een 117 spoeltje, en de negatieven waren vierkant van formaat.

Welke invloed deze brownie toendertijd had op het gewone leven, op de handel en cultuur kunnen we ons nu heden ten dage nauwelijks voorstellen. Veel, heel veel mensen maakte met de aankoop en gebruik van de brownie kennis van de fotografie, en een groot aantal van deze mensen ontwikkelden zich later als groot fotograaf. Eén van hen, Henri Cartier- Bresson wist dit op een passende wijze onder woorden te brengen:

“ik belandde, zoals vele andere jongeren, in de wereld van de fotografie via een box brownie die ik gebruikte om vakantiekiekjes te maken. Vanaf het moment dat ik de camera ging gebruiken en er over na begon te denken, stopte ik met het maken van kiekjes van vakantie en vrienden. Het werd mij ernst”.

In totaal zijn er meer dan 200 verschillende uitvoeringen en modellen van de brownie geproduceerd en op de markt gebracht. En ieder model had zijn eigen aanpassingen, verbeteringen en/of kleur.

De meest populaire brownie camera geproduceerd en uitgebracht door de Eastman Kodak Company was de Brownie Hawkeye flash model. Dit model werd geproduceerd van 1950 tot 1961.

Brownie hawkeye flash

De camera was eenvoudig uitgevoerd in een gegoten bakelieten behuizing met een aantrekkelijke art-deco design en als extra accessoire uitgevoerd met een afneembare flitshouder. De camera maakte vierkante foto’s van 6×6 cm met een totaal aantal opname van 12 stuks per fotorol. De camera koste toendertijd $6,95 en wilde je de gehele uitrusting inclusief flitshouder kwam het totaal op $12,75

In 1963 werd de brownie vecta geïntroduceerd.

brownie vectra

De meer ergonomische vorm van deze camera ten opzichte van het standaard boxmodel moest bewerkstelligen dat men de camera beter kon vasthouden. Het camerahuis was vervaardigd van een gegoten grijze plastic. De ontspanknop, wat bij deze camera niet echt de goede benaming is, bevind zich aan de voorzijde van de camera als een langwerpige staafvormig item. De camera was ontworpen door niet de minste ontwerper, namelijk de Brit Kenneth Grange, die onder zijn klanten onder meer Kenwood, Wilkenson Sword, Parker Pens en Ronson  kon scharen. Een ongebruikelijk item bij deze camera was dat de filmtransportknop om de volgende foto voor te draaien tegen de klok indraaide.

George Eastman had met de introductie van zijn eerste brownie camera als doel, een fotocamera voor ieders budget op de markt te brengen, om zo een ieder met fotografie in het algemeen kennis te laten maken, om dan wanneer zij de smaak te pakken hadden te laten overstappen op de duurdere modellen.

De brownie heeft veel betekend voor de fotografie in het algemeen. Dus drink je een volgende keer een lekker bakkie pleur bij Starbucks met een heerlijke brownie, denk dan nog even terug aan dit artikel.

Michel Jansen.

De camera door de tijd. Natteplaat fotografie


Het positieve van een negatief/natteplaat fotografie

In het allereerste begin, met de camera obscura, werd een beeld op een muur of plaat geprojecteerd, en wilde je dit beeld behouden moest men het camera obscura beeld natrekken.
In een later stadium was het de Franse onderzoeker Louis Jacques Mande Daguerre in samenwerking met Joseph Nicephore Niepce met zijn Daguerreotype camera een positief beeld op plaat te zetten. Nadeel van deze methode was echter dat iedere gemaakte foto een unieke foto was en niet kon worden gedupliceerd.
Het was de Brit William Henry Fox Talbot die hier verandering in bracht. In eerste instantie dacht Talbot dat zijn vinding om het beeld vast le leggen op plaat onafhankelijk van Daguerre al reeds door Daguerre was uitgevonden. Op 31 januari van het jaar 1839 beschreef Talbot zijn proces voor het Koninklijk Instituut in Engeland, waaruit de eerste geschreven publicatie omtrent fotografie uitkwam met de titel: “Some account of the art of Photogenic drawing”.
In 1841 legde Talbot zijn uitvinding vast in een patent van de “verborgen afbeelding” en werd bekend als de Calotype.
Wat was nu het wezenlijke verschil tussen de Daguerreotype en de Calotype?
De foto van de daguerreotype was een positief en uniek beeld welke niet kon worden gedupliceerd zonder de foto opnieuw te maken. De Calotype was het tegenovergestelde, namenlijk een negatief beeld wat door sommige werd bekritiseerd als een waardeloos beeld daar alles werd omgekeerd. Wit werd zwart en zwart werd wit en bij portretfoto’s zagen de geportretteerde er uit als vreemde en spookachtige mensen. Echter werd dit negatieve beeld omgezet via een tweede lichtgevoelig vel papier tot een positief beeld.
Kwalitatief gezien waren de Calotype afdrukken minder van kwaliteit en minder lichtgevoeliger dan de Daguerreotype foto’s, wat veroorzaakt werd door de vezels waaruit het papier was gefabriceerd. De foto’s waren grauwer, onscherp en gespikkeld. De voordelen waren dat het proces goedkoper was, het adrukken van de foto sneller en eenvoudiger was.
Het adrukken op glasplaten als negatief gaf een verbetering echter vond Talbot het coaten van deze glasplaten ten behoud van het negatieve beeld een omslachtig en moeilijk proces.
Abel Niepce, neef van Joseph Niepce, kwam in 1847 met een nieuwe toepassing. Hij gebruikte hiervoor: eieren.
Met zijn uitvinding, het “albumine-op-glas” proces bracht hij het eiwit van verse eieren als bindmiddel voor het kaliumjodide aan op een glasplaat, liet dit drogen, waarna deze plaat werd voorzien van een lichtgevoelige zilvernitraatlaag. Ondanks de bijkomende nadelen, de glasplaat moest op een volledig waterpas staande tafel liggen en de gefrabriceerde glasplaten van toen waren niet volmaakt glad, werd dit albumine proces de standaard methode voor het afdrukken van foto’s. Het mengsel van natriumchloride opgelost in een albumineoplossing gaf een coating over het papier welke door het eiwit niet in het papier trok en de vezels van het papier geen storend effect gaven over het oppervlak. Veertig jaar lang werd dit het standaard proces.
Een alternatief werd gevonden door de Engelse beeldhouwer Frederick Scott Archer. Hoe belangrijk zijn uitvinding zou zijn heeft hij nooit kunnen indenken. Hij bedacht het Collodiumprocede.
Kort gezegd was zijn doel om een lichtgevoelige laag, blijvend op een glasplaat te brengen en te houden. Hiervoor gebruikte hij collodium, een dikke, stroperige vloeistof die werd verkregen door het oplossen van genitreerde katoen in een mengsel van ether en alcohol. De lichtgevoelige zouten werden in een mengsel van collodium opgelost waarna deze kleverige massa over de glasplaat werd gegoten. Vervolgens werd de glazen plaat in een met zilvernitraat bad gedompeld. Belangrijk was echter dat glasplaat in de camera werd blootgesteld aan het licht van het te fotograferen onderwerp voordat het collodium begon te drogen. Deze manier van fotografie is bekend geworden als “natte plaat fotografie”. Helaas voor Archer had hij hiervoor geen patent aangevraagd en leverde het hem niet veel meer op dan een mooie foto.
Door het gebruik van collodium en deze manier van werken kon men hele grote glasplaten gebruiken waarbij de foto zich kenmerkte door zeer kleine scherptediepte, veel detail, een diep contrast en een warme toon.
Het proces opzich was echter zeer omslachtig, het vergde heel wat routine en omdat het collodium proces alleen gevoelig was voor blauw licht werden de koude kleuren lichter en de warme kleuren donkerder afgebeeld. Doordat de foto op glasplaten werd geproduceerd en niet op papier was het niet mogelijk meerdere afdrukken te verkrijgen.
In 1852 publiceerde Archer zijn procede in: A manual of the Collodion Photographic process.
Echter heden ten dage wordt dit proces nog steeds of moet ik zeggen heeft dit procede een come-back gemaakt van ongekende orde.
Een Amerikaan genaamd Ian Ruhter heeft een soort bestelbus omgebouwd tot een rijdende camera waarmee hij heel Amerika rondtrekt en mensen maar ook landschappen fotografeert en vastlegt op aluminium platen van 1,50 meter bij 1.0 meter. Ian Ruhter stopt zijn tijd, ziel, en zaligheid en heel veel enthousiasme in het maken van collodiumfoto’s, welke hem alleen aan materiaal al een kleine 500 dollar kosten. Tik zijn naam eens in op Youtube en je zult vele filmpjes van hem tegenkomen.

 

Tot zover deel twee in de serie: De camera door de tijd.

Michel Jansen.

De camera door de tijd


Zoals al eerder aangehaald in een artikel fotograferen we tegenwoordig met velen. En dit kan zijn met een smartphone, compact camera, systeem camera of spiegelreflex camera en allen in verschillende uitvoeringen en mogelijkheden verkrijgbaar.

Maar waar is het ooit begonnen?

Je zal ooit wel eens van de term “camera obscura” hebben gehoord. Het is eigenlijk de eerste zeer primitieve fotocamera met dit verschil dat er geen filmrolletje in zat. Het begrip “camera obscura” betekend vanuit het latijn vertaald “donkere kamer” en is al enige duizenden jaren oud.
Camera_obscura_1
Men had al lang geleden ontdekt dat wanneer licht via een kleine opening op de muur in een verduisterde camera viel, een omgekeerd beeld op deze muur werd geprojecteerd. Het was de Chinese filosoof Mo Ti die dit fenomeen van de omgekeerde afbeelding beschreef.
Zo omstreeks het jaartal 1500 had Leonardi da Vinci de camera obscura uitvoeriger beschreven, echter de eerste echte foto is gemaakt door een uitvinder woonachtig in een Frans dorpje die als eerste een afbeelding vanuit zijn werkkamer naar buiten op lichtgevoelig materiaal wist vast te leggen.
De precieze datum is niet bekend maar schommelt tussen 1816 en 1826.
allereerste echte foto
Deze fotografische experimenten bleven niet onopgemerkt voor een andere vindingrijke Fransman, genaamd Louis Jacques Mande Daguerre, uitvinder van onder meer her Diorama.
De beide heren ontmoette elkaar in 1827, waarna in 1829 een samenwerking volgde.
De samenwerking mondde uit in een ontwikkeling in een methode tot het sneller kunnen maken van foto’s. Deze samenwerking was echter van korte duur door het overlijden van Joseph Niepce.
De Giroux Daguerreotype camera was de eerste echte camera en was gemaakt volgens het schuifdoosprincipe met een f15mm lens. De camera bestond uit een vierkante doos met aan de voorzijde de lens, en aan de achterzijde bevond zich een iets kleine doos die men heen en weer in de voorste doos kon schuiven. Op deze manier werd scherp gesteld.

Giroux-daguerreotypi camera

Aan de achterzijde van de tweede doos bevond zich een spiegel die zich onder een hoek van 45 graden bevond en hierop kon het beeld worden geprojecteerd, waardoor men dit vanaf de bovenzijde van de camera kon bekijken. Wanneer het beeld eenmaal was scherpgesteld werd op de spiegel een gevoelige plaat gelegd en kon deze worden belicht. De foto die door de Daguerretype camera werd gemaakt was een uniek exemplaar daar er geen negatief was voor het maken van meerdere foto’s.
De camera was echter flink aan de maat, 30x38x50 cm en de afmeting van de beeldplaat was 16,5×21,6 cm wat Daguerreotypeformaat of “volplaat” werd genoemd.
Een verbeterde versie van de Daguerreotypecamera werd in 1843 geïntroduceerd door Charles Chevalier. Dit was een draagbare volplaatcamera. De camera was evenals de Daguerreotype camera een volplaatcamera volgens het schuifdoostype echter waren de zijkanten van de totale kast scharnierend en door het demonteren van de lensplaat aan de voorzijde en de plaathouder aan de achterzijde kon het geheel worden ingeklapt. Qua scherpstelling was de camera van Chevalier weer verbeterd ten opzichte van de camera van Daguerre. Aan de bovenzijde van de volplaatcamera van Chevalier zat een grote ronde messing knop en door aan deze knop te draaien kon men scherpstellen.
Vele modellen geinspireerd door Daguerre’s camera verschenen op de markt, waaronder de Novel Appareil Gaudin, de Bourquin camera, de Ninth plate sliding box camera, de Plumbes daguerreotypecamera, een Franse drievoudige schuifdooscamera als voorloper op de Lewis daguerreotypecamera. Deze camera werd in 1851 geintroduceerd William en William H. Lewis en was een eerste balgcamera met vaste bodem.

Lewis daguerreotype camera
Tot zover het eerste deel van mijn “Camera door de tijd” verhaal.

 

micheljansenfotografie