Alle berichten door micheljansenfotografie

Ik ben Michel Jansen en fotografie is voor mij meer dan alleen foto’s maken. Ooit begonnen met een praktica Super TL analoge spiegelreflexcamera welke jaren later werd vervangen door de Fujica ST901 en Fujica AZ-1. Met deze laatste heb ik vele jaren gefotografeerd. Rond 2004 kocht ik de Konica Minolta Dimage Z3, een digitale systeemcamera, met nieuwe mogelijkheden en een geheel ander denken qua opslag van je foto’s. Met het verstrijken der jaren kwam het spiegelreflexvirus meer en meer naar boven, en eind 2013 begon voor mij een hernieuwd begin in de digitale fotografie met de aankoop van de Nikon D5200 DSLR en het fotobewerkings- programma Adobe Lightroom. Niet alleen het foto’s maken maar ook het foto-bewerken gaf mijn hobby een nieuwe dimensie. Mijn interesse ligt vooral in de architectuur- en macro fotografie, welke vooral toegespitst op het architectuur gedeelte, in mijn woonplaats Rotterdam goed tot uiting komt. Michel Jansen. MichelJansen©Fotografie

Diergaarde Blijdorp; Chinese Tuin.


Dierentuin Blijdorp te Rotterdam. Met name het woord “dierentuin” heeft een veelomvattende betekenis. In deze tuin bevinden zich uiteraard veel soorten dieren, echter bevinden zich in deze tuin ook veel bloemen, planten en is het een tuin om heerlijk rond te wandelen. Maar ook heeft deze tuin, als algemene term, ook een speciale tuin. Hier bevinden zich geen dieren echter wel mooie en bijzondere bloemen en planten, waterpartijen, en heerlijke zitjes. Welkom in de Chinese tuin in dierentuin Blijdorp te Rotterdam.

Vakantie-landschapsfotografie


Als ik even voor mezelf spreek, de camera plus toebehoren gaat uiteraard mee met vakantie, en worden er veel foto’s gemaakt. Foto’s die een mooi beeld geven waar je bent geweest, als herinnering voor jezelf, foto’s met en van je mede vakantiegangers, foto’s een beetje uit de losse pols genomen, maar ook foto’s die ik maak omtrent het onderwerp.

Deze laatste reeks foto’s kun je ook los uit de vakantiefoto’s selecteren omdat ze zijn gemaakt met een andere kijk op de algemene vakantiekiekjes, met een andere insteek, en/of met een bepaalde gedachte.

In deze eerste serie heb ik een aantal landschapsfoto’s geselecteerd en opnieuw bewerkt, die ik gemaakt heb tijdens de vakantie in 2017 in Rhodos.

Neutral density in Zoo


Een kort bezoekje en zeker voor herhaling vatbaar is wellicht wat ongewoon maar levert wel mooie plaatjes op. Ik heb het hier over een bezoekje aan dierentuin Blijdorp in Rotterdam echter met een geheel andere insteek dan normaal. Geen dieren fotograferen, maar fotograferen met mijn ND filters.

Nieuw in mijn accessoires is een step-up verloopring om mijn ND filters geschikt te maken voor een filtermaat van 67mm te gebruiken op mijn 70-300mm telezoom objectief met een filtermaat van 62mm. Zo krijg ik een bredere reikwijdte in de te gebruiken brandpuntsafstanden die nu loopt van mijn 10mm groothoek objectief tot en met de 300 mm van mijn telezoom objectief.

De beschikbare ND filters zijn een 67mm 6 stops, een 67mm 10 stops, beide eventueel te combineren naar een 16 stops en een 10 stopper in de filtermaat van 82mm.

Soorten Lichtmeting


Ik fotografeer met een Nikon D7500 welke 4 soorten lichtmetingen kent. Deze lichtmetingen zijn niet specifiek voor de D7500 maar gelden voor alle DSLR’s van Nikon. Andere merken zullen overeenkomstige soorten van lichtmeting hebben waarbij de benaming kan verschillen van de in dit artikel omschreven benamingen.

Matrix meting: produceert natuurlijke resultatenin de meeste situaties. Camera meet een breed veld van het beeld en stelt de belichting in volgens de verdeling van toonwaarden, kleur, compositie.

Centrumgericht: Camera meet het gehele beeld maar wijst het grootste gewicht toe aan het middelste veld.

Spotmeting: Camera meet een cirkel gecentreerd op het huidige scherpstelpunt, waardoor het mogelijk is onderwerpen buiten het centrum te meten.

Op hoge lichten gericht: Camera wijst het grootste gewicht toe aan hoge lichten. Gebruik om het verlies van detail in hoge lichten te verminderen.

Een theoretische beschrijving van de vier lichtmethoden zoals omschreven in de handleiding van de camera. En deze theoretische beschrijving is natuurlijk leuk maar wat doet het, wat is het verschil? Met deze vraag zat ik dus ook en om hier een antwoord op te krijgen heb ik ze tijdens een macroshoot toegepast.

  • Alle foto’s zijn gemaakt in RAW waarbij in de nabewerking alleen lenscorrectie en in gelijke mate via synchronisatie verscherpen is toegepast;
  • elke serie van vergelijkingsfoto’s zijn gemaakt met een gelijk diafragma en ISO instelling.
  • elke foto in eenzelfde vergelijking zijn gemaakt onder gelijke lichtomstandigheden, op een zelfde afstand.
  • alle foto’s zijn gemaakt op statief, dus een statische opbouw.

Genoeg theorie, en dan nu de foto’s.

001: Spotmeting: sluitertijd 1/1250; diafragma F11; Iso 250

002: Matrixmeting; sluitertijd 1/640; diafragma F11; Iso 250

003: Centrumgericht: sluitertijd 1/640; diafragma F11; Iso 250

Wat het eerste opvalt is het verschil in sluitertijd tussen de spotmeting en matrixmeting. Qua belichting is daardoor het verschil tussen 001 en 002 goed zichtbaar. 001 is wat donkerder echter de detaillering is hoger. Het verschil tussen de matrix meting en centrumgerichte meting is nihil.

Een tweede serie:

004: Matrixmeting; sluitertijd 1/160; diafragma F11; Iso 250

005: Spotmeting: sluitertijd 1/80; diafragma F11; Iso 250

Wederom zien we hier een verschil in sluitertijden, maar we zien ook een ommekeer!!Bij de vorige serie zagen we een snellere sluitertijd bij de spotmeting en hier een langzamere sluitertijd bij eenzelfde spotmeting. Dit vraagt om een verklaring.

Bij een spotmeting wordt het licht gemeten op het huidige scherpstelpunt. Bij serie 001 lag dit scherpstelpunt op de lichtere knop. Er wordt meer licht teruggekaatst wat resulteert in een snelle sluitertijd. De totale foto is dan ook donkerder.

Bij de serie 004 lag het scherpstelpunt op het donkere deel aan de binnenzijde van de bloem. Er wordt hier minder licht teruggekaatst wat een langzamere sluitertijd teweeg brengt. We zien tevens dat de totale foto lichter wordt, dit in tegenstelling bij serie 001 bij een gelijke spotmeting.

Een derde serie foto’s

006: matrixmeting: sluitertijd 1/160; diafragma F8; Iso 50

007: spotmeting: sluitertijd 1/800; diafragma F8; Iso 50

008: centrum gericht: sluitertijd 1/320; diafragma F8; Iso 50

009: op hoge lichten: sluitertijd 1/800; diafragma F8; Iso 50

Als eerste dient vermeld te worden dat de zon redelijk boven op de bloem schijnt, met een donkere achtergrond. Dit zien we ook terug bij foto 006 in combinatie met de matrixmeting. De camera meet een breed veld waardoor de fel belichte binnenkant van de bloem overbelicht wordt.

Bij foto 007 in combinatie met de spotmeting zien we eigenlijk het tegenovergestelde. De belichting wordt gedaan op het lichtste deel van de foto waardoor bij de camera instelling diafragma voorkeuze een snellere sluitertijd het gevolg is en daardoor de foto donkerder wordt.

Foto 008 bij een centrum gerichte belichting geeft bij deze serie de mooiste en juiste belichting. Het gehele veld wordt betrokken in de lichtmeting met een nadruk op het centrum waar zich het lichtste object van de foto bevindt.

De belichting op hoge belichting gericht komt sterk overeen met de spotmeting maar vertoont een iets lichtere foto bij een gelijke belichting.

Een vierde serie van metingen.

010: spotmeting: sluitertijd 1/250; diafragma 8; Iso 50

011:centrum gericht: sluitertijd 1/125; diafragma 8; Iso 50

012: matrixmeting: sluitertijd 1/125; diafragma 8; Iso 50

Het scherpstelpunt bij deze serie foto’s lag op het gele deel van de uitgebloeide bloem, qua helderheid een licht deel van de gehele foto en dat zien we terug bij de spotmeting bij foto 010. De belichting valt samen met het scherpstelpunt, een hoge lichtwaarde, wat resulteert in een snelle sluitertijd en een onderbelichte foto.

Wederom bij de centrumgerichte meting 011 en de matrixmeting 012 een gelijke belichtingswaarde echter doordat de centrumgerichte meting een hoger contrast geeft aan de foto is deze mooier van belichting.

Een vijfde en laatste serie foto’s waarbij tevens een vergelijk wordt gemaakt bij gebruik van de belichtingscompensatie en welk effect dit heeft.

013: Spotmeting: sluitertijd 1/640; diafragma 5.6; Iso 50

014: spotmeting: sluitertijd 1/1250; diafragma 5,6; Iso 50; belichtingscompensatie -1,00

015: matrixmeting: sluitertijd 1/160; diafragma 5,6 Iso 50

016: matrixmeting: sluitertijd 1/400; diafragma 5,6; Iso 50; belichtingscompensatie -1,00

Foto 013 en 014 zijn beide gemaakt met een spotmeting, scherpstelpunt gericht op de bloemknop die qua helderheid de boventoon voert in het gehele plaatje. Doordat de bloemknop, welke een klein deel uitmaakt van de donkere omgeving, krijgen we een licht onderbelichte foto. Uiteraard met de -1 stops belichtingscompensatie wordt de knop donkerder maar ook de achtergrond wordt donkerder.

Foto 015 en 016 zijn beide gemaakt met een matrixmeting wederom het scherpstelpunt gericht op de bloemknop. en ook hier zien we het tegenovergestelde als bij foto’s 013 en 014. De lichtmeting bestrijkt een groot deel van het veld, de lichte bloemknop neemt hier slechts een klein deel voor zijn rekening dus is het de donkerder omgeving welke doorslaggevend is voor de totale belichting en er dus een langzamere sluitertijd wordt ingesteld. Dit uit zich in de overbelichting. Een belichtingscompensatie van -1 stop geeft een betere belichting waardoor de sluitertijd uiteraard sneller wordt.

In dit artikel heb ik getracht door voorbeelden uit de praktijk meer duidelijkheid te geven in de diverse soorten lichtmethoden die je camera in huis heeft. Uiteraard fotograferen in de automatische stand is het makkelijkst, echter spelen met de instellingen die tot de mogelijkheden van je camera behoren is toch veel leuker.

Michel Jansen.

Benro TMA37AL


Onlangs heb ik een tripod aangeschaft. Tussen de gedachte een tripod aan te schaffen en het moment waarop deze wordt thuisbezorgd zitten vaak enige weken. Het is een proces van selecteren, reviews lezen en bekijken op youtube, vergelijken en tenslotte kopen.
De Benro TMA37AL, waarbij de letters “AL” het materiaal (aluminium) van de statiefpoten aanduidt.
De specificaties van het statief:

Volledig statief
Het statief heeft 3 pootsecties die stevig en zeker niet te dun zijn uitgevoerd. De diameter van de 1e poot-sectie (bevindt zich direct onder de statiefkop) is 32,4 mm, de tweede en middelste poot-sectie heeft een diameter van 28,5mm en de diameter van de laatste poot-sectie heeft een diameter van 25,2mm.
Eén pootsectie is omgeven door een dikke foamgrip die goed in de hand ligt. Deze foamgrip is zeker geen overbodige luxe. Ik had een oudere tripod van metaal zonder foamgrip en deze vaker gebruikt bij kouder weer. Het aantrekken van een handschoen was dan zeker wel nodig doordat het metaal de kou absorbeerde.

De maximale belasting van het statief is 16 Kilo. Uiteraard komt mijn camera (Nikon D7500) met objectief zeker niet aan dit gewicht maar was voor mij wel een reden tot aankoop daar het dan zeker geen wankel statief zou kunnen zijn.
De maximale hoogte van het statief zonder de middenkolom is 150cm, bij gebruik van de middenkolom wordt deze maximale hoogte verlengd naar 179cm. Een bijzonderheid van dit statief is dat de minimale hoogte slechts 41 cm is.

Kortste werkhoogte 2
Voor mij een groot voordeel is dat de 3 statiefpoten onafhankelijk van elkaar kunnen worden uitgeklapt. Door een vergrendeling op de drie statiefpoten uit te schakelen kunnen deze bijna haaks op de middenkolom worden geplaatst. Het afgebeelde balhoofd op de foto is een optie en wordt niet standaard meegeleverd.

Kortste werkhoogte

Om deze laag bij de grond positie te bewerkstelligen wordt als accessoire een tweede korte middenkolom bijgevoegd.

Korte middenzuil
Het totale gewicht van dit statief (2360 gram) is niet licht te noemen, maar eenmaal in gebruik staat het statief als een huis.
Tot zover de specificaties. Deze zijn theoretisch en nu de praktijk.
Ik was in het bezit van een statief (Cullmann), dus waarom een nieuwe. De poten van dit statief waren van metaal, gevormd in een U vorm en niet makkelijk mee te werken. Dus nam je het statief liever niet mee als wel.

De poten van het Benro statief zijn rond, liggen door de ruimere diameter makkelijk in de hand, de poten zijn onafhankelijk van elkaar uitklapbaar wat vooral bij een ongelijke ondergrond makkelijker is. Het geheel voelt als een stabiel statief.
Zoals al eerder vermeld bestaan de poten van het statief uit 3 secties, welke door een

draaivergrendeling

twistlock met slechts een kwartslag zijn vast en los te draaien.
Zijn de drie poten gespreid en het statief wordt opgetild, blijven de poten in dezelfde stand staan.
Het statief wordt geleverd met rubberen voetjes en spikes, het geheel zit in een kwalitatief goede draagtas.

Statief met toebehoren
Aan de lange middenkolom zit aan de onderzijde een haak om eventueel een fototas te hangen voor nog meer stabiliteit van het statief.
Het grote voordeel van dit statief is de hoge werkhoogte, zelfs met de middenkolom op zijn laagste punt. Inclusief balhoofd en camera op het statief gemonteerd kan ik (lichaamslengte 1,83 meter) met gestrekte rug op mijn LCD scherm kijken.

Ik heb de tijd genomen om een definitief besluit omtrent de aankoop van dit statief te volbrengen, maar in het gebruik geeft het voldoening en weet ik zeker dat ik een goede aankoop heb gedaan waar ik nog vele jaren plezier van zal hebben.

Eiland van Brienenoord.


Ontstaan in de negentiende eeuw door vorming van enkele slibplaten in de Nieuwe Maas. De slibplaten groeiden aan elkaar vast en raakten begroeid met riet, biezen en griend. Begin 20ste eeuw bleek de aangeslibde plaat de doorstroming te beperken. Het buitenste deel van de slibplaat werd daarom afgegraven en boven op het binnenste deel gestort. Zo kreeg het Eiland Van Brienenoord zijn huidige vorm.

Een prachtig natuurgebied met bos, grasvlakten, open water, kleine poelen en langs een heuse getijdengeul. Schotse Hooglanders grazen de begroeiing kort en er komen allerlei soorten vogels, planten en vlinders voor.

Een kleine foto impressie van het eiland.

Vibration Reduction en meer.


In dit artikel wil ik het graag hebben over de onscherpte van het beeld als gevolg van camera trilling welke ten grondslag ligt aan een te langzame sluitersnelheid en een minder vaste hand van fotograferen. Vooral bij het gebruik van objectieven met een langere brandpuntsafstand kan dit zich voordoen. Uiteraard is dit per persoon verschillend. Even ter verduidelijking, het gaat hierbij dus om het niet stil kunnen houden van de camera tijdens de belichting van de foto. Een externe oorzaak. Dit in tegenstelling tot een interne oorzaak waarover later meer.
Veel objectieven beschikken over een zogenaamde “VR” instelling (bij Nikon) om deze beeldonscherpte te voorkomen. Maar hoe werkt dit?
De onscherpte van het beeld wordt veroorzaakt door een kleine beweging of trilling van het objectief. Ik zeg hier met nadruk objectief en niet camera, daar het VR systeem zich in het objectief bevindt. Uiteraard zijn objectief en camera met elkaar verbonden.
Deze hoeveelheid cameratrilling of hoeksnelheid wordt gemeten door twee sensoren waarbij
sensor 1 de verticale bewegingen detecteert “pitching” en een tweede sensor de horizontale bewegingen meet “yawing”. Diagonale bewegingen van het objectief worden door beide sensoren als een resultante in horizontale en verticale bewegingen geregistreerd.
Deze gemeten gegevens met betrekking tot de hoeksnelheid worden naar een micro-computer gestuurd die in de lens is ingebouwd. Waarop deze mirco-computer de benodigde tegengestelde lensbeweging berekend om de verticale als wel de horizontale bewegingen te compenseren en uit te voeren.

image-1

Deze compensatie wordt uitgevoerd door twee “VCM’s” (Voice Coil Motors). Deze tegengestelde lensbeweging wordt geregeld door de elektrische stroom in het magnetische veld van de beide VCM’s.
Deze compensatie wordt bij de meeste VR lenzen geactiveerd door de ontspanknop lichtjes in te drukken. Uiteraard is dit een summiere beschrijving betreffende wat zich allemaal afspeelt tijdens dit proces.
In het algemeen wordt gesproken en gezegd om de VR instelling uit te zetten indien de camera op een statief wordt geplaatst. Tijdens de research omtrent informatie rondom dit artikel stuitte ik op een wirwar van informatie of de VR nu wel of niet uitgeschakeld moet worden.
In het begin van dit artikel schreef ik over een externe en interne oorzaak van onscherpte door het niet stil kunnen houden van objectief en camera.
Welke is deze interne oorzaak?
Het licht afkomstig van het beeld wat wij willen fotograferen treedt door de lens en wordt via een spiegel, geplaatst in de camera onder een hoek van 45 graden en via een prisma naar de zoeker van de camera getransporteerd. Bij het maken van de foto klapt de spiegel op, de sluiter opent zich om vervolgens de sensor te belichten.
Het algemene advies luidt: indien de camera op een statief wordt geplaatst, VR instelling uitzetten.
De camera staat stabiel en wanneer we de VR instelling aan zouden laten staan, zou dit kunnen leiden tot een onscherpte doordat de VR zou kunnen reageren en dus compenseren op een trilling die er niet is. En deze compensatie zou dan een onscherpte teweeg brengen.
Terug naar de spiegel, of specifieker omschreven, het opklappen van de spiegel. Dit zou een bewegingsonscherpte kunnen veroorzaken welke schijnbaar niet door het VR systeem kan worden gedetecteerd.
Hoe is dit opklappen van de spiegel dan te ondervangen?
In het menu van de camera bevindt zich een instelling, de vertragingsstand. Hierbij kunnen we door middel van een vertraging van 1, 2 of drie seconden de spiegel laten opklappen waarna de sluiter zich pas na de ingestelde vertraging opent en de sensor belicht. En zo omzeilen we dus de eventuele bewegingsonscherpte veroorzaakt door het opklappen van de spiegel.
Samenvattend kunnen we dus vaststellen dat de VR stand is ter voorkoming van onscherpte door beweging van de fotograaf zelf tijdens het maken van de foto vooral bij gebruik van telelenzen, en de vertragingsstand welke een instelling is die we gebruiken bij langere sluitertijden en de camera op een statief is geplaatst.
Het uitzetten van de VR stand bij het gebruik van de camera op een statief is geen wet, wellicht een regel die je naar eigen inzicht kan uitvoeren. Of het laten aan staan van de VR instelling bij gebruik van statief een nadelig effect op eventuele bewegingsonscherpte geeft is niet bewezen, althans ik heb er geen artikelen over gevonden, echter wordt veronderstelt. Ik heb zelfs een artikel gelezen waarin wordt vermeld dat de onscherpte ontstaan door het opklappen van de spiegel in de moderne objectieven wel door de VR instelling wordt gecompenseerd wat dus een indicatie zou zijn de VR aan te laten staan bij het gebruik van camera op statief.

Michel Jansen, micheljansenfotografie.

Full frame – APS-C op een andere manier bekeken.


Full frame sensor en APS-C sensor,

In dit artikel wil ik geen vergelijkingen gaan maken tussen het kwaliteitsverschil met betrekking tot een full frame en APS-C sensor. Dit is al veelvuldig gedaan in geschreven artikelen en/of video’s op Youtube.
Ik wil beide sensor afmetingen op een geheel andere manier vergelijken en dan niet met betrekking tot de directe gevolgen in het verschil in afmeting, maar de indirecte gevolgen op de grootte beeldvlak foto/ brandpuntsafstand/ en ISO instelling.
Het formaat van de fullframe sensor is 35.9mm x 23,9mm.
Het formaat van de (Nikon) APS-C sensor is 23.5mm x 15.6mm.
Wellicht heb je wel eens gehoord van de crop-factor. De cropfactor is een getal welke de verhouding aangeeft tussen de diagonaal (in inches) van de full frame sensor en de     APS-C sensor (van Nikon).
De diagonale afmeting van de full frame sensor is 1.70 inch;
De diagonale afmeting van de Nikon APS-C sensor is 1,13 inch.
Bij Nikon is deze cropfactor 1,52 afgerond 1,5. En deze cropfactor is het kardinale getal in de berekeningen die gaan volgen.

We maken met een fullframe camera een foto met een 50mm lens.
Plaatsen we deze 50mm lens op een APS-C camera dan wordt de beelduitsnede van de foto zodanig alsof het lijkt dat we fotograferen met een 50 x 1,5 = 75mm lens. Het onderwerp is dus groter, terwijl de totale beeldhoek wordt verkleind met een factor van 1,5.
Willen we nu een gelijke beelduitsnede en grootte van onderwerp hebben met de APS-C camera als bij de de full-frame camera het geval is, zullen we een 50 / 1,5 is 30mm lens (in de praktijk een 35mm lens) moeten gebruiken.
Dus een full-frame sensor met 50mm objectief geeft een (bijna) gelijke beeldhoek/beelduitsnede als de 35mm objectief op de APS-C sensor.

Als we de foto gemaakt met de full-frame camera met het 50mm objectief bekijken ten opzichte van de APS-C sensor met het 35mm objectief, zien we met betrekking tot de scherptediepte een mindere scherptediepte bij de full frame als bij de APS-C foto.
Scherptediepte is onder meer afhankelijk van de grootte van het diafragma. Willen we dus een gelijke scherptediepte krijgen met beide sensor formaten zullen we de diafragma-opening van het 35mm objectief op de APS-C sensor met een factor 1,5 moeten vergroten t.o.v. de 50mm op de full frame.
Hebben we een diafragma 4.0 gebruikt op de full frame dan zal het diafragma op de 35mm APS-C moeten worden vergroot met 4,0 / 1,5 = 2,6 (in de praktijk 2,8) om een zelfde scherptediepte te bereiken.
Dus willen we eenzelfde scherptediepte, verkregen met een full-frame camera met 50mm op F4.0 bereiken op een 35mm camera met APS-C sensor, zullen we de getalswaarde van het diafragma met een factor 1.5 moeten verlagen

Het diafragma hebben we vergroot van 4.0 naar 2.8 op de APS-C camera om een gelijke scherptediepte te bereiken als bij de 50mm full-frame camera, echter maken we nu met de APS-C camera een foto bij een gelijkblijvende sluitertijd, zien we een overbelichte foto.
Dit kunnen we compenseren door de …..inderdaad cropfactor, echter nu met een iets andere formule. De full-frame camera hadden we ingesteld op 400 ISO. Willen we nu een zelfde belichting hebben met de APS-C camera met het 35mm objectief, F2,6 dan wordt de iso instelling:

Iso / (cropfactor)kwadraat = 400 / (1.5×1.5) = Iso 180.

Dus willen we een ISO instelling van de Full frame camera omzetten naar een equivalente ISO instelling voor de APS-C camera om zo eenzelfde belichting te verkrijgen is deze te berekenen volgens bovenstaande formule.

Op deze manier hebben we, een foto gemaakt met een full frame camera
(sensor afmeting 35,9mm x 23,9mm) in gelijke grootte, scherptediepte en belichting gedupliceerd naar een APS-C camera (sensor afmeting 23.5mm x 15.6mm).

Bovenstaande theoretische benadering kunnen we op een eenvoudige manier in de praktijk toepassen. Echter gaat de theoretische benadering in de praktijk mank bij het gebruik van lichtgevoelige full frame objectieven. Gebruiken we een 105mm F1.4 objectief op de full frame, zou het diafragma op de APS-C camera moeten worden teruggebracht naar F0.9!! En daar loopt onze theoretische benadering in de praktijk spaak.

Tot zover deze geheel andere benaderingswijze/vergelijking tussen de full frame sensor en de APS-C sensor, welke ik overigens in een video tegenkwam op Youtube. Het leek mij weer eens een andere benadering van de eeuwige strijd tussen full-frame en APS-C sensoren echter nu op een vriendelijke wijze vergeleken.

Michel Jansen; micheljansenfotografie.

Monopod of Tripod


 

Onlangs had ik via een chatsessie een vraag van een mede amateurfotografe waarmee ik regelmatig praat, discuseer, maar ook advies geef over allerlei zaken die met fotografie van doen hebben.
De vraag betrof hier de aankoop van een monopod of tripod, het verschil tussen beide en waar zij specifiek meer aan zou hebben.
Beide, monopod en tripod, hebben hun gebruikers voordelen en nadelen. Persoonlijk maak ik afwisselend gebruik van beide.
monopod
De monopod is compacter en lichter van gewicht, makkelijker mee te nemen, of te bevestigen aan je rugzak, omdat deze slechts uit één poot bestaat, eventueel voorzien van een balhoofd.
De tripod is daarentegen zwaarder, minder compact omdat deze bestaat uit drie poten en een middenzuil. Qua lengte (ingeschoven) zullen beide niet veel voor elkaar onderdoen.
Echter de kernvraag is: Waar ga je de mono- of tripod voor gebruiken.
Een monopod dient als extra ondersteuning, en verhoogd daarmee de stabiliteit van je camera, vooral bij het gebruik van de grotere zoom- en telelenzen. Het kiezen van je compositie, de vrijheid qua camerastandpunt is beperkter dan het fotograferen uit de vrije hand maar is nog wel redelijk qua bewegingsvrijheid bij het gebruik van de monopod. Kernpunt blijft dat je de monopod altijd zelf zal moeten vasthouden. Kortom de monopod dient als extra steun bij het voorkomen van bewegingsonscherpte veroorzaakt door beweging van de camera.
tripod
De tripod geeft de fotograaf een vaste fundatie, een stevige en trillingsvrije compositie, een vast camerastandpunt. In die omstandigheden waarbij bewegingsonscherpte niet gewenst is, of dat het onmogelijk is de camera gedurende langere tijd stil te houden, gebruikt men de tripod. Met een goede tripod staat je camera als een huis.
Zowel de monopods als de tripods zijn te leveren in:
diverse materialen waaronder aluminium, carbon fiber en titanium;
een diversiteit in werkhoogten;
een reeks aan maximale belasting waaronder het statief gebruikt kan worden;
het gewicht van de mono-tripod zelf, dit uiteraard tevens afhankelijk van het materiaal;
maar ook een grote breedte in aanschafkosten.
Zelf heb ik onlangs een monopod en tripod aangeschaft van het merk Benro welke qua specificaties, handzaamheid, gebruiksgemak, maar ook zeker in prijs/kwaliteitsverhouding ver boven andere merken uitstak.

Michel Jansen
micheljansenfotografie
micheljansenfotografie@mail.com

RAW; Van creatie tot presentatie.


RAW; Vanaf creatie tot presentatie.

Waarom fotografeer ik zelf niet in Jpeg maar in RAW, en adviseer ik iedereen die meer met zijn foto’s wil doen dan alleen bewaren op zijn/haar pc dit ook te doen. Meer hierover in dit artikel.

Jpeg is het wereldwijdverspreide en meest bekende bestandsformaat. Het is met betrekking tot zijn bestandsformaat relatief klein, kan in ieder beeldbestandsprogramma worden bekeken, makkelijk te hanteren en op te slaan, maar het is een gecomprimeerd bestandsformaat. En deze compressie heeft als neveneffect verlies in kwaliteit.

RAW is zoals de naam al zegt het rauwe beeld, zoals de data op de sensor valt is het beeld. Dit gezegd hebbende is het eigenlijk zo dat iedere camera een RAW beeld vastlegt. Echter heb jij de camera instellingen zodanig ingesteld dat het bestandsformaat Jpeg moet zijn, dan wordt het RAW bestand door de camera bewerkt, gecomprimeerd en omgezet naar een Jpeg bestand.
We kunnen vaststellen dat het RAW bestand eigenlijk kan worden vergeleken met het analoge negatief. Zowel het analoge negatief als het digitale RAW bestand bevatten alle rauwe informatie die nodig is om dit tot een zichtbaar beeld te ontwikkelen.
Het kleurenpalet van het RAW bestand is rijker en voller dan deze in het gecomprimeerde Jpeg bestand zijn vastgelegt.
De kwaliteit in het algemeen is van het RAW bestand hoger dan van het Jpeg bestand welke wordt veroorzaakt door de datacompressie en daardoor verlies van data en dus kwaliteit van het Jpeg bestand.
Heb je in de camera-instellingen vastgelegt dat je een Jpeg bestand als eindresultaat wil hebben dan wordt het RAW bestand (zoals eerder al opgemerkt) door de camera bewerkt, gecomprimeerd en omgezet naar het Jpeg bestand. En dan kom ik op een punt waarbij ik opmerk:
Je hebt een digitale spiegelreflexcamera waarbij de instellingen, de mogelijkheden tot instellingen en de uitvoering van deze instellingen in eigen hand hebt. Hierbij uiteraard uitgaande van het feit dat je de camera niet op stand “A” (automatisch) of “P” (programma) hebt staan. Waarom laat je de camera dan het RAW beeld op de sensor bewerken?? Door middel van de door jou gekozen en ingestelde waarden, de belichting, de compositie etc. maak je de foto, en geef je de finishing touch van het door jou gemaakte beeld uit handen!!
De bewerkingen aan het RAW bestand in Lightroom zijn “niet destructief”, dat wil zeggen, alle bewerkingen die je hebt gedaan zijn omkeerbaar zonder verlies in kwaliteit, hoe vaak je dit ook doet. Je bent bezig met een hoeveelheid data die tot de vorming van een foto moet komen.
Bij de bewerking van een Jpeg foto is dit een ander verhaal. Hier ben je bezig met een foto waarbij elke bewerking wel destructief is als deze wordt opgeslagen.
Het bewerken van je RAW bestanden is een leerproces. Hoe vaker je het doet, hoe meer kennis je tot je neemt in de vorm van tekst of video’s omtrent het bewerken van foto’s, des te beter wordt het eindproduct. Dit heeft tot groot voordeel (en ik spreek hier uit eigen ervaring) dat eerdere gemaakte RAW bestanden met de opgedane kennis opnieuw kunnen worden bewerkt met veelal een mooier eindresultaat, simpel omdat de bewerking “niet destructief” is. Je gaat weer terug naar het originele RAW bestand met alle data informatie in zich.
Doordat het Jpeg bestand is bewerkt, gecomprimeerd en omgezet vanuit het originele RAW bestand met dataverlies, is er weinig tot geen tolerantie meer te bewerkstelligen in onderbelichting/overbelichting. Dit in tegenstelling tot het bewerken bij je originele RAW bestand, waarbij vooral bij onderbelichting nog mooie resultaten zijn te behalen. Bij overbelichting is het een ander verhaal. Daar waar het bestand is overbelicht, bevindt zich geen data informatie en kan dus niet worden bewerkt.
Een andere instelling die of vooraf wordt ingesteld cq gemeten is de witbalans. De witbalans bepaald in hoge mate de kleurtemperatuur van de foto. Bij de omzetting van het RAW bestand naar de Jpeg foto in de camera zelf wordt deze witbalans vastgelegt. Bij de bewerking van de originele RAW data informatie kan deze wit-balans nog makkelijk en uitvoerig worden aangepast/gewijzigd zonder verlies in kwaliteit.

Heeft het RAW bestand dan geen nadelen ten opzichte van de Jpeg foto.
Als antwoord op deze vraag lees ik in veel artikelen hieromtrent op internet een bevestigend antwoord, echter wil ik deze vraag met een kort maar zeer krachtig “NEE” beantwoorden.
Het kent slechts enkele ongemakken welke echter ten opzichte van de vele voordelen van het RAW bestand volledig in het niet vervallen.

Jpeg is definitief, de foto is direct klaar, en kan direct worden bekeken. Het RAW bestand moet worden bewerkt. Maar tijdens deze bewerking van het RAW bestand ben jij het, de maker van de foto, die opnieuw evenals bij de gekozen instellingen op de camera de touwtjes in handen heeft.
Dus zeker geen ongemak maar het afmaken van jouw creatie, de uiteindelijke foto.

RAW bestanden zijn met betrekking tot de opgeslagen ruimte groter dan de Jpeg foto’s. Je zult dus meer opslagcapaciteit nodig hebben, in de vorm van een externe schijf waar je alle RAW bestanden op bewaard. Loopt een fotoshoot in Jpeg nog in een aantal Megabyte’s, bij het fotograferen in RAW is een bestandsgrootte van de shoot veelal in Gigabyte’s.

Tijdens de opslag van je gemaakte opnamen in RAW, vooral bij een serieopnamen vanaf 3 beelden per seconde, zal je een snellere SD geheugenkaart in je camera moeten hebben, die minimaal ook nog eens 16 Gigabyte groot is.

Bovenstaande ongemakken in ogenschouw genomen moeten we samen toch tot de conclusie komen dat de voordelen van het fotograferen in RAW niet in het minst opweegt tegen deze kleine ongemakken. Fotograferen is het schrijven met licht, maar hetgeen wordt geschreven komt dan wel uit de pen van diegene die achter de camera staat, vanaf creatie tot presentatie.

micheljansenfotografie

Architectioneel Rotterdam (1)


Rotterdam en architectuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En architectonisch zijn er grote verschillen. Architectuur is voor mij een graag te fotograferen item.

Veelvuldig heb ik, en zal ik nog, met camera en objectieven bepakt door het centrum van Rotterdam lopen om gebouwen of architectuur op de gevoelige sensor vast te leggen.

Bij het fotograferen van architectuur heb je de touwtjes volledig zelf in handen. Het model (het gebouw) is statisch en zal vanuit ieder camerastandpunt er anders uitzien, maar het belangrijkste is dat het gebouw architectonisch gezien er mooi uitkomt, waarbij een eigen identiteit van de fotograaf uiteraard deel van uit mag maken.

Van de vele foto’s die ik van de architectuur in Rotterdam heb gemaakt heb ik na bekijken, selecteren en eventueel opnieuw bewerken, mijn persoonlijke favorieten gepubliceerd. Hierbij een eerste serie.

Diergaarde Blijdorp; micheljansenfotografie favorieten (3)


Een jaarabonnement op diergaarde Blijdorp is een uitkomst voor die mensen die verwachten meer dan 3 keer in het jaar naar de dierentuin te gaan. De vierde keer ga je gratis.

Ik heb voor de tweede keer een jaarabonnement en in die keren dat ik ben geweest heb ik een groot aantal foto’s gemaakt. De afgelopen tijd heb ik alle bewerkte foto’s nog eens bekeken en beoordeeld waaruit een selectie favorieten is uitgekomen.

In deze 3e serie worden wederom een aantal van deze favorieten gepubliceerd.