Alle berichten door micheljansenfotografie

Ik ben Michel Jansen en fotografie is voor mij meer dan alleen foto’s maken. Ooit begonnen met een praktica Super TL analoge spiegelreflexcamera welke jaren later werd vervangen door de Fujica ST901 en Fujica AZ-1. Met deze laatste heb ik vele jaren gefotografeerd. Rond 2004 kocht ik de Konica Minolta Dimage Z3, een digitale systeemcamera, met nieuwe mogelijkheden en een geheel ander denken qua opslag van je foto’s. Met het verstrijken der jaren kwam het spiegelreflexvirus meer en meer naar boven, en eind 2013 begon voor mij een hernieuwd begin in de digitale fotografie met de aankoop van de Nikon D5200 DSLR en het fotobewerkings- programma Adobe Lightroom. Niet alleen het foto’s maken maar ook het foto-bewerken gaf mijn hobby een nieuwe dimensie. Mijn interesse ligt vooral in de architectuur- en macro fotografie, welke vooral toegespitst op het architectuur gedeelte, in mijn woonplaats Rotterdam goed tot uiting komt. Michel Jansen. MichelJansen©Fotografie

RAW; Van creatie tot presentatie.


RAW; Vanaf creatie tot presentatie.

Waarom fotografeer ik zelf niet in Jpeg maar in RAW, en adviseer ik iedereen die meer met zijn foto’s wil doen dan alleen bewaren op zijn/haar pc dit ook te doen. Meer hierover in dit artikel.

Jpeg is het wereldwijdverspreide en meest bekende bestandsformaat. Het is met betrekking tot zijn bestandsformaat relatief klein, kan in ieder beeldbestandsprogramma worden bekeken, makkelijk te hanteren en op te slaan, maar het is een gecomprimeerd bestandsformaat. En deze compressie heeft als neveneffect verlies in kwaliteit.

RAW is zoals de naam al zegt het rauwe beeld, zoals de data op de sensor valt is het beeld. Dit gezegd hebbende is het eigenlijk zo dat iedere camera een RAW beeld vastlegt. Echter heb jij de camera instellingen zodanig ingesteld dat het bestandsformaat Jpeg moet zijn, dan wordt het RAW bestand door de camera bewerkt, gecomprimeerd en omgezet naar een Jpeg bestand.
We kunnen vaststellen dat het RAW bestand eigenlijk kan worden vergeleken met het analoge negatief. Zowel het analoge negatief als het digitale RAW bestand bevatten alle rauwe informatie die nodig is om dit tot een zichtbaar beeld te ontwikkelen.
Het kleurenpalet van het RAW bestand is rijker en voller dan deze in het gecomprimeerde Jpeg bestand zijn vastgelegt.
De kwaliteit in het algemeen is van het RAW bestand hoger dan van het Jpeg bestand welke wordt veroorzaakt door de datacompressie en daardoor verlies van data en dus kwaliteit van het Jpeg bestand.
Heb je in de camera-instellingen vastgelegt dat je een Jpeg bestand als eindresultaat wil hebben dan wordt het RAW bestand (zoals eerder al opgemerkt) door de camera bewerkt, gecomprimeerd en omgezet naar het Jpeg bestand. En dan kom ik op een punt waarbij ik opmerk:
Je hebt een digitale spiegelreflexcamera waarbij de instellingen, de mogelijkheden tot instellingen en de uitvoering van deze instellingen in eigen hand hebt. Hierbij uiteraard uitgaande van het feit dat je de camera niet op stand “A” (automatisch) of “P” (programma) hebt staan. Waarom laat je de camera dan het RAW beeld op de sensor bewerken?? Door middel van de door jou gekozen en ingestelde waarden, de belichting, de compositie etc. maak je de foto, en geef je de finishing touch van het door jou gemaakte beeld uit handen!!
De bewerkingen aan het RAW bestand in Lightroom zijn “niet destructief”, dat wil zeggen, alle bewerkingen die je hebt gedaan zijn omkeerbaar zonder verlies in kwaliteit, hoe vaak je dit ook doet. Je bent bezig met een hoeveelheid data die tot de vorming van een foto moet komen.
Bij de bewerking van een Jpeg foto is dit een ander verhaal. Hier ben je bezig met een foto waarbij elke bewerking wel destructief is als deze wordt opgeslagen.
Het bewerken van je RAW bestanden is een leerproces. Hoe vaker je het doet, hoe meer kennis je tot je neemt in de vorm van tekst of video’s omtrent het bewerken van foto’s, des te beter wordt het eindproduct. Dit heeft tot groot voordeel (en ik spreek hier uit eigen ervaring) dat eerdere gemaakte RAW bestanden met de opgedane kennis opnieuw kunnen worden bewerkt met veelal een mooier eindresultaat, simpel omdat de bewerking “niet destructief” is. Je gaat weer terug naar het originele RAW bestand met alle data informatie in zich.
Doordat het Jpeg bestand is bewerkt, gecomprimeerd en omgezet vanuit het originele RAW bestand met dataverlies, is er weinig tot geen tolerantie meer te bewerkstelligen in onderbelichting/overbelichting. Dit in tegenstelling tot het bewerken bij je originele RAW bestand, waarbij vooral bij onderbelichting nog mooie resultaten zijn te behalen. Bij overbelichting is het een ander verhaal. Daar waar het bestand is overbelicht, bevindt zich geen data informatie en kan dus niet worden bewerkt.
Een andere instelling die of vooraf wordt ingesteld cq gemeten is de witbalans. De witbalans bepaald in hoge mate de kleurtemperatuur van de foto. Bij de omzetting van het RAW bestand naar de Jpeg foto in de camera zelf wordt deze witbalans vastgelegt. Bij de bewerking van de originele RAW data informatie kan deze wit-balans nog makkelijk en uitvoerig worden aangepast/gewijzigd zonder verlies in kwaliteit.

Heeft het RAW bestand dan geen nadelen ten opzichte van de Jpeg foto.
Als antwoord op deze vraag lees ik in veel artikelen hieromtrent op internet een bevestigend antwoord, echter wil ik deze vraag met een kort maar zeer krachtig “NEE” beantwoorden.
Het kent slechts enkele ongemakken welke echter ten opzichte van de vele voordelen van het RAW bestand volledig in het niet vervallen.

Jpeg is definitief, de foto is direct klaar, en kan direct worden bekeken. Het RAW bestand moet worden bewerkt. Maar tijdens deze bewerking van het RAW bestand ben jij het, de maker van de foto, die opnieuw evenals bij de gekozen instellingen op de camera de touwtjes in handen heeft.
Dus zeker geen ongemak maar het afmaken van jouw creatie, de uiteindelijke foto.

RAW bestanden zijn met betrekking tot de opgeslagen ruimte groter dan de Jpeg foto’s. Je zult dus meer opslagcapaciteit nodig hebben, in de vorm van een externe schijf waar je alle RAW bestanden op bewaard. Loopt een fotoshoot in Jpeg nog in een aantal Megabyte’s, bij het fotograferen in RAW is een bestandsgrootte van de shoot veelal in Gigabyte’s.

Tijdens de opslag van je gemaakte opnamen in RAW, vooral bij een serieopnamen vanaf 3 beelden per seconde, zal je een snellere SD geheugenkaart in je camera moeten hebben, die minimaal ook nog eens 16 Gigabyte groot is.

Bovenstaande ongemakken in ogenschouw genomen moeten we samen toch tot de conclusie komen dat de voordelen van het fotograferen in RAW niet in het minst opweegt tegen deze kleine ongemakken. Fotograferen is het schrijven met licht, maar hetgeen wordt geschreven komt dan wel uit de pen van diegene die achter de camera staat, vanaf creatie tot presentatie.

micheljansenfotografie

Architectioneel Rotterdam (1)


Rotterdam en architectuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En architectonisch zijn er grote verschillen. Architectuur is voor mij een graag te fotograferen item.

Veelvuldig heb ik, en zal ik nog, met camera en objectieven bepakt door het centrum van Rotterdam lopen om gebouwen of architectuur op de gevoelige sensor vast te leggen.

Bij het fotograferen van architectuur heb je de touwtjes volledig zelf in handen. Het model (het gebouw) is statisch en zal vanuit ieder camerastandpunt er anders uitzien, maar het belangrijkste is dat het gebouw architectonisch gezien er mooi uitkomt, waarbij een eigen identiteit van de fotograaf uiteraard deel van uit mag maken.

Van de vele foto’s die ik van de architectuur in Rotterdam heb gemaakt heb ik na bekijken, selecteren en eventueel opnieuw bewerken, mijn persoonlijke favorieten gepubliceerd. Hierbij een eerste serie.

Diergaarde Blijdorp; micheljansenfotografie favorieten (3)


Een jaarabonnement op diergaarde Blijdorp is een uitkomst voor die mensen die verwachten meer dan 3 keer in het jaar naar de dierentuin te gaan. De vierde keer ga je gratis.

Ik heb voor de tweede keer een jaarabonnement en in die keren dat ik ben geweest heb ik een groot aantal foto’s gemaakt. De afgelopen tijd heb ik alle bewerkte foto’s nog eens bekeken en beoordeeld waaruit een selectie favorieten is uitgekomen.

In deze 3e serie worden wederom een aantal van deze favorieten gepubliceerd.

Diergaarde Blijdorp; micheljansenfotografie favorieten (1)


In dit item, “Diergaarde Blijdorp; micheljansenfotografie favorieten heb ik een aantal van mijn favoriete foto’s gepubliceerd welke ik de afgelopen twee jaar, 2017 en 2018, heb gemaakt in Diergaarde Blijdorp in Rotterdam.

Dit is een eerste serie foto’s. De foto’s zijn niet naar soort of onderdeel geselecteerd.

De foto’s gepubliceerd in dit item mogen niet worden gedownload, gekopieerd, afgedrukt, gewijzigd, bewerkt of anderszins worden gebruikt zonder schriftelijke toestemming van micheljansenfotografie.

De Belichtingsdriehoek


Ik wil het in dit artikel hebben over de Belichtingsdriehoek.

Er zijn drie eenheden die de belichting van je foto op de sensor bepalen.
Drie eenheden die NIET onafhankelijk van elkaar werken, beslist niet. Het is een drie-eenheid.
De drie eenheden zijn:
* Sluitertijd;
* Diafragma opening;
* Iso of sensor gevoeligheid voor licht.

De camera heeft een aantal instellingen om met deze drie eenheden te werken met als resultaat tot het komen van een goed belichte foto.

De auto stand behandel ik niet.

De diafragma voorkeuze instelling.
Hierbij bepaalt de fotograaf één van de drie eenheden, namelijk de grootte van het diafragma. Echter er is nog een eenheid die de fotograaf in combinatie bij de gekozen diafragma grootte kan bepalen en dat is de iso instelling.
Dus bij diafragma-voorkeuze bepaal jij de diafragma eenheid in combinatie met de iso-eenheid. De camera zoekt hierbij afhankelijk van jou ingestelde eenheden (diafragma en iso) en AFHANKELIJK van de bestaande lichtomstandigheden de eenheid sluitertijd. Maar dit is bekeken vanuit de positie wat de fotograaf heeft ingesteld.
Bekijk het eens vanuit het standpunt van de camera, wat eigenlijk op deze manier door niemand wordt benaderd:

De diafragma voorkeuze instelling.
Hierbij bepaalt de camera één van de drie eenheden, namelijk de sluitertijd afhankelijk van de door de fotograaf gekozen eenheden: diafragma opening en iso.
Waarom deze benaderingswijze? Omdat bij het instellen van het diafragma deze eenheid dus bekend is bij de fotograaf, samen met de iso instelling, maar de gedachtengang wellicht is dat de camera dan wel de sluitertijd kiest. En dat doet deze ook, maar welke??? De camera kiest die sluitertijd die past bij de door de fotograaf gekozen eenheden diafragma en iso, maar kiest deze sluitertijd tevens afhankelijk van de lichtomstandigheden. Voorbeeld, gekozen diafragma 8, iso 125, echter de lichtomstandigheden zijn matig. De camera kiest sluitertijd 1/15 seconde. Wil jij dat??
Wat ik hiermee wil zeggen is dus ondanks dat de suggestie er is dat de diafragma voorkeuze een semi-automatische instelling is, de fotograaf zich wel degelijk moet beseffen welke diafragma eenheid hij bij een bepaalde iso eenheid insteld bij lichtomstandigheden op dat moment.

Het bovenstaande verhaal gaat ook op bij de sluitertijdvoorkeuze.
Hierbij bepaalt de fotograaf één van de drie eenheden, namelijk de sluitertijd. Echter er is nog een eenheid die de fotograaf in combinatie bij de gekozen sluitertijd kan bepalen en dat is de iso instelling.
Dus bij sluitertijd-voorkeuze bepaal jij de sluitertijd eenheid in combinatie met de iso-eenheid. De camera zoekt hierbij afhankelijk van jou ingestelde eenheden (sluitertijd en iso) en AFHANKELIJK van de bestaande lichtomstandigheden de eenheid diafragma. Maar dit is bekeken vanuit de positie wat de fotograaf heeft ingesteld.
Bekijk het eens vanuit het standpunt van de camera, wat eigenlijk op deze manier door niemand wordt benaderd:

De sluitertijd voorkeuze instelling.
Hierbij bepaalt de camera één van de drie eenheden, namelijk het diafragma afhankelijk van de door de fotograaf gekozen eenheden: sluitertijd opening en iso.
Waarom deze benaderingswijze? Omdat bij het instellen van de sluitertijd deze eenheid dus bekend is bij de fotograaf, samen met de iso instelling, maar de gedachtengang wellicht is dat de camera dan wel het diafragma kiest. En dat doet deze ook, maar welke??? De camera kiest dat diafragma dat past bij de door de fotograaf gekozen eenheden sluitertijd en iso, maar kiest dit diafragma tevens afhankelijk van de lichtomstandigheden. Voorbeeld, gekozen sluitertijd 1/125, iso 125, echter de lichtomstandigheden zijn matig. De camera kiest diafragma 2.8. Wil jij dat??
Wat ik hiermee wil zeggen is dus ondanks dat de suggestie er is dat de sluitertijd voorkeuze een semi-automatische instelling is, de fotograaf zich wel degelijk moet beseffen welke sluitertijd eenheid hij bij een bepaalde iso eenheid insteld bij lichtomstandigheden op dat moment.

Vraag is en blijft, wanneer kies je voor sluitertijd voorkeuze of diafragma voorkeuze.

Alles wat te maken heeft met scherptediepte is afhankelijk van je diafragma keuze.

Alles wat te maken heeft met snelheid, en dit niet alleen betreffende het voorwerp wat je fotografeert maar ook zeker met de brandpuntsafstand van je fotolens is afhankelijk van je sluitertijd keuze.

Wil je echt alles zelf in de hand houden, dan fotografeer je op de manuele stand. Het voordeel hierbij is dat je met alles en overal kan bezighouden. In deze stand is de magie van de belichtingsdriehoek voor de volle 100% in jou handen. Wat bedoel ik hiermee.
Je fotografeert met een 200mm lens, en je wilt toch wel wat scherptediepte. Geen probleem
De sluitertijd is bekend. 200×1,5 is 1/300 seconde!
Diafragma 8.0!
Je moet je belichting dan regelen met de iso instelling, afhankelijk van de lichtomstandigheden.

DIAFRAGMA * SLUITERTIJD * ISO zijn een drie-eenheid!! Verandering van één heeft invloed op de andere eenheden.

Zonnekap: zin of onzin?


Heeft het gebruik van een zonnekap zin?

Het eerste en belangrijkste doel van de lenskap is het verminderen of voorkomen van lens flare.
Lens flare ontstaat in de lens, doordat licht onder een bepaalde hoek op het glasoppervlak van je lenzen valt en…….daar gaan we wat verder op in.
In de meeste artikelen die ik heb gelezen wordt er verteld wat lens flare is maar wordt niet verklaard hoe het werkelijk ontstaat.
Wanneer licht op een lens invalt, zal het licht door de lens worden gebroken. Er treedt een convergentie van de lichtstraal op door de optische werking van deze lens.
Een klein deel van het licht zal volgens de wet van Snellius, hoek van inval is hoek van uitval terugkaatsen. Echter onder een bepaalde hoek van inval zal er geen reflectie optreden in de vorm van hoek van uitval, maar ondergaat dit licht een zodanige deviatie of breking dat het licht de lens binnentreedt. Deze lichtstralen zullen niet deelnemen aan de vorming van het onderwerp op de sensor, maar een eigen lichtweg afleggen door de lenzen, je zou het kunnen formuleren als spooklicht.

Deze lensflare zal zich manifesteren als ronde wazige gekleurde dots, of als een vermindering van het contrast.

Bovenstaande foto gemaakt bij het kasteel van Rhoon vertoont ook lensflare, echter hierbij is bewust tegen de zon in gefotografeert om met gebruikmaking van een klein diafragma (22) diffractie te veroorzaken. Echter speelt ook hier lens flare op.
De kans op lens flare of zoals bij de onderste foto een vermindering van het contrast door lichtzweem, is het grootst bij scheef invallende lichtbundels en juist hierbij is het gebruik van de zonnekap zeker gewenst.

Een bijkomstig voordeel van de zonnekap is bescherming van de voorste lens van je objectief. Uiteraard is dit in beperkte mate, echter kan dit wel eens ter voorkoming van een beschadiging van het voorste lensvlak van het objectief leiden vooral bij grotere obstakels die onder een hoek voorbij schuiven.

Twee vormen van zonnekap.

Over het algemeen zien we twee verschillende vormen van zonnekap:
De Petal of ook wel Tulip;
De Tube of buiszonnekap.

 

nikon-accessoires-hb-29-zonnekap-voor-de-nikon-afPetal of Tulip zonnekap

 

 

nikon_hb47_zonnekap_nihb471Tube of buiszonnekap.

 

De tulip zonnekap zien we over het algemeen bij groothoeklenzen. Doordat de sensor in de camera rechthoekig is en daardoor in de horizontale richting een wijder beeldveld heeft als in verticale richting, zal hierbij ook de vorm van de zonnekap moeten worden aangepast. Plaatsen we een buiszonnekap op een groothoek hebben we kans dat:
a) in horizontale richting de zonnekap deel gaat uitmaken van het beeld op de sensor;
b)indien we dit willen voorkomen door de lengte van de tube te verkorten de zonnekap in wezen zijn doel voorbij streeft en een sterk verminderde functie en werking zal hebben.

De buiszonnekap zien we daarentegen over het algemeen bij telelenzen.

Zonnekappen zijn dus over het algemeen lensspecifiek. Vaak zien we dat bij de aankoop van een lens een bijbehorende zonnekap als accessoire wordt aangeboden.

Naar mijn idee heeft de zonnekap dus wel degelijk zin.

Landschapsfotografie in Rotterdam; Bomen


Bomen

Kun je bomen in een park of bos, als totaalplaatje of als individueel object onderverdelen onder landschapsfotografie? Ze maken deel uit van het landschap, alleen is dit landschap geplaatst in een park of bos. Aan de andere kant maken deze bomen deel uit van de natuur en zou je het onder de natuurfotografie kunnen scharen. Het antwoord blijf ik jullie schuldig echter is één ding zeker, het park bevindt zich in Rotterdam.

Een park staat er vol mee, en gekscherend zou je het spreekwoord kunnen aanhalen door de bomen het bos niet meer te zien. Ec hter tijdens deze foto sessie wil ik de bomen in het bos (of meer toepasselijker in het Zuiderpark) wel laten zien en meer in de picture zetten.

De onderstaande foto’s zijn slechts een kleine selectie van de vele vormen die bomen kunnen hebben waarbij de compositie van de foto ansich een grote rol blijft spelen. Deze compositie is persoonlijk maar daarom is de fotografie in het algemeen en hoe de fotograaf zijn beeld ziet zo bijzonder.

Bovenstaande foto’s zijn gemaakt en bewerkt door micheljansenfotografie en mogen derhalve niet worden gedownload, afgedrukt, gekopieerd, bewerkt of anderszins worden gebruikt zonder schriftelijke toestemming van micheljansenfotografie.

11 maart 2018


Voor mijn vrouw en mijzelf is de zondag 11 maart een dag die we nimmer zullen vergeten. Maar helaas niet met goede en/of een blijde herinnering.

Om 0.1.00 uur in de nacht van 11 maart hebben wij onze pers Timo moeten laten inslapen. Timo had zware nierproblemen. Timo was op. Van buiten nog een mooie kat met een mooie vacht, maar van binnen waren niet alleen zijn nieren maar waarschijnlijk ook andere organen aangedaan. Timo is op mijn schoot langzaam in slaap gevallen. Een groot verlies maar gelukkig hadden we zijn halfbroer Simba nog. Een gedachte die voor korte duur bleek. Simba was hartpatiënt. Diezelfde 11 maart om 23.30 moesten we om erger te voorkomen Simba laten inslapen. Beide, Timo en Simba hebben wij acht jaar lang in ons midden gehad. Een mooie tijd. De beslissing tot het inslapen van beide katten gaf veel verdriet maar gerechtvaardigd. We kunnen met een gerust hart en vele mooie herinneringen terugkijken op onze boys. 11 maart 2018, Timo en Simba rust zacht.

Kasteel van Rhoon


Het kasteel van Rhoon is gelegen aan de dorpsdijk nummer 63 in Rhoon, vlakbij het metrostation Rhoon. Het kasteel zoals het er nu staat dateert uit de zestiende eeuw, echter de geschiedenis gaat terug tot de twaalfde eeuw.
In 2015 heb ik al eens met camera en lenzen een bezoek gebracht aan Rhoon en het Kasteel om er foto’s te maken. En nu, drie jaar later, in 2018 leek het mij leuk eens terug te keren naar dit prachtige foto-object om diverse redenen.
Je compositionele inzicht evolueert, je denkt anders dan 3 jaar geleden en uiteraard je hebt een nieuwe camera met meer instellingsmogelijkheden tot je beschikking. Voor mij genoeg redenen om het Kasteel van Rhoon opnieuw eens fotografisch aan de tand te voelen, het kasteel van Rhoon zoals ik het zie vast te leggen.

De camera door de tijd.


 

De camera door de tijd.

Bijzondere camera’s

Tegenwoordig hebben de meeste camera’s autofocus, lekker makkelijk. Je drukt je ontspanknop half in, of voor diegene die de back button focus hebben ingesteld druk je het knopje aan de achterzijde van je camera in, en er wordt scherpgesteld. Maar vroeger ging dat wel anders.
Je moest de lens op een bepaalde afstand instellen met behulp van een aan de lens gekoppelde geïndexeerde afstandsschaal. Dat dit een beetje omslachtig was resulteerde in de gekoppelde afstandsmeter. Het komt er op neer dat de fotograaf in kwestie deze mechaniek via de lens scherp stelt terwijl de fotograaf via de zoeker van de camera de afstand tussen camera en onderwerp bepaalt.
In 1916 werd door de Kodak Eastman company de 3A Autographic Kodak Special model B geïntroduceerd. Dit was een balgcamera met een gekoppelde afstandsmeter.

Kodak 3a Autographic Kodak Special Model B met meetzoeker
De camera had sluitertijden van 1, 1/2, 1/5, 1/10, 1/25, 1/50, 1/100. en 1/200, en was uitgerust met een Carl Zeiss Jena objectief 1:6,3/16,5 cm. Deze camera was een rolfilmcamera.

In 1934 introduceerde Kodak zijn eerste kleinbeeldcamera. De camerabehuizing was van metaal en overtrokken met leer.

Retina 1 (type 117)
De fotorol was in eerste instantie alleen te verkrijgen in 36 opnamen en later werden daar de fotorolletjes van 24 en 12 opnamen aan toegevoegd.
De camera had een zelf uitklappende lens. De retina 1 was de eerste fotocamera ontworpen door dr. August Nagel wiens bedrijf door de Eastman Kodak Company was overgenomen.

micheljansenfotografie

 

De camera door de tijd-de Brownie


Als je aan een willekeurig iemand de vraag stelt: “Wat is een brownie”, zullen zij bijna zeker antwoorden: “Ja lekker bij de koffie of een beker chocomel”.  Maar over deze eetbare brownie wil ik het in dit artikel niet hebben.

De brownie waar ik wat meer over wil vertellen is gemaakt door de Eastman Kodak Company en werd in februari 1900 geïntroduceerd, en geproduceerd tussen oktober 1900 en oktober 1901.

wp3a1995c5_05_06

De brownie was een zwart beklede kartonnen box camera, eenvoudig van opbouw, met een simpel meniscuslensje met een vaste brandpuntsafstand als objectief. Na iedere gemaakte foto moest je handmatig de rolfilm doordraaien naar de volgende foto. De rolfilm was gewikkeld om een 117 spoeltje, en de negatieven waren vierkant van formaat.

Welke invloed deze brownie toendertijd had op het gewone leven, op de handel en cultuur kunnen we ons nu heden ten dage nauwelijks voorstellen. Veel, heel veel mensen maakte met de aankoop en gebruik van de brownie kennis van de fotografie, en een groot aantal van deze mensen ontwikkelden zich later als groot fotograaf. Eén van hen, Henri Cartier- Bresson wist dit op een passende wijze onder woorden te brengen:

“ik belandde, zoals vele andere jongeren, in de wereld van de fotografie via een box brownie die ik gebruikte om vakantiekiekjes te maken. Vanaf het moment dat ik de camera ging gebruiken en er over na begon te denken, stopte ik met het maken van kiekjes van vakantie en vrienden. Het werd mij ernst”.

In totaal zijn er meer dan 200 verschillende uitvoeringen en modellen van de brownie geproduceerd en op de markt gebracht. En ieder model had zijn eigen aanpassingen, verbeteringen en/of kleur.

De meest populaire brownie camera geproduceerd en uitgebracht door de Eastman Kodak Company was de Brownie Hawkeye flash model. Dit model werd geproduceerd van 1950 tot 1961.

Brownie hawkeye flash

De camera was eenvoudig uitgevoerd in een gegoten bakelieten behuizing met een aantrekkelijke art-deco design en als extra accessoire uitgevoerd met een afneembare flitshouder. De camera maakte vierkante foto’s van 6×6 cm met een totaal aantal opname van 12 stuks per fotorol. De camera koste toendertijd $6,95 en wilde je de gehele uitrusting inclusief flitshouder kwam het totaal op $12,75

In 1963 werd de brownie vecta geïntroduceerd.

brownie vectra

De meer ergonomische vorm van deze camera ten opzichte van het standaard boxmodel moest bewerkstelligen dat men de camera beter kon vasthouden. Het camerahuis was vervaardigd van een gegoten grijze plastic. De ontspanknop, wat bij deze camera niet echt de goede benaming is, bevind zich aan de voorzijde van de camera als een langwerpige staafvormig item. De camera was ontworpen door niet de minste ontwerper, namelijk de Brit Kenneth Grange, die onder zijn klanten onder meer Kenwood, Wilkenson Sword, Parker Pens en Ronson  kon scharen. Een ongebruikelijk item bij deze camera was dat de filmtransportknop om de volgende foto voor te draaien tegen de klok indraaide.

George Eastman had met de introductie van zijn eerste brownie camera als doel, een fotocamera voor ieders budget op de markt te brengen, om zo een ieder met fotografie in het algemeen kennis te laten maken, om dan wanneer zij de smaak te pakken hadden te laten overstappen op de duurdere modellen.

De brownie heeft veel betekend voor de fotografie in het algemeen. Dus drink je een volgende keer een lekker bakkie pleur bij Starbucks met een heerlijke brownie, denk dan nog even terug aan dit artikel.

Michel Jansen.

De camera door de tijd. Natteplaat fotografie


Het positieve van een negatief/natteplaat fotografie

In het allereerste begin, met de camera obscura, werd een beeld op een muur of plaat geprojecteerd, en wilde je dit beeld behouden moest men het camera obscura beeld natrekken.
In een later stadium was het de Franse onderzoeker Louis Jacques Mande Daguerre in samenwerking met Joseph Nicephore Niepce met zijn Daguerreotype camera een positief beeld op plaat te zetten. Nadeel van deze methode was echter dat iedere gemaakte foto een unieke foto was en niet kon worden gedupliceerd.
Het was de Brit William Henry Fox Talbot die hier verandering in bracht. In eerste instantie dacht Talbot dat zijn vinding om het beeld vast le leggen op plaat onafhankelijk van Daguerre al reeds door Daguerre was uitgevonden. Op 31 januari van het jaar 1839 beschreef Talbot zijn proces voor het Koninklijk Instituut in Engeland, waaruit de eerste geschreven publicatie omtrent fotografie uitkwam met de titel: “Some account of the art of Photogenic drawing”.
In 1841 legde Talbot zijn uitvinding vast in een patent van de “verborgen afbeelding” en werd bekend als de Calotype.
Wat was nu het wezenlijke verschil tussen de Daguerreotype en de Calotype?
De foto van de daguerreotype was een positief en uniek beeld welke niet kon worden gedupliceerd zonder de foto opnieuw te maken. De Calotype was het tegenovergestelde, namenlijk een negatief beeld wat door sommige werd bekritiseerd als een waardeloos beeld daar alles werd omgekeerd. Wit werd zwart en zwart werd wit en bij portretfoto’s zagen de geportretteerde er uit als vreemde en spookachtige mensen. Echter werd dit negatieve beeld omgezet via een tweede lichtgevoelig vel papier tot een positief beeld.
Kwalitatief gezien waren de Calotype afdrukken minder van kwaliteit en minder lichtgevoeliger dan de Daguerreotype foto’s, wat veroorzaakt werd door de vezels waaruit het papier was gefabriceerd. De foto’s waren grauwer, onscherp en gespikkeld. De voordelen waren dat het proces goedkoper was, het adrukken van de foto sneller en eenvoudiger was.
Het adrukken op glasplaten als negatief gaf een verbetering echter vond Talbot het coaten van deze glasplaten ten behoud van het negatieve beeld een omslachtig en moeilijk proces.
Abel Niepce, neef van Joseph Niepce, kwam in 1847 met een nieuwe toepassing. Hij gebruikte hiervoor: eieren.
Met zijn uitvinding, het “albumine-op-glas” proces bracht hij het eiwit van verse eieren als bindmiddel voor het kaliumjodide aan op een glasplaat, liet dit drogen, waarna deze plaat werd voorzien van een lichtgevoelige zilvernitraatlaag. Ondanks de bijkomende nadelen, de glasplaat moest op een volledig waterpas staande tafel liggen en de gefrabriceerde glasplaten van toen waren niet volmaakt glad, werd dit albumine proces de standaard methode voor het afdrukken van foto’s. Het mengsel van natriumchloride opgelost in een albumineoplossing gaf een coating over het papier welke door het eiwit niet in het papier trok en de vezels van het papier geen storend effect gaven over het oppervlak. Veertig jaar lang werd dit het standaard proces.
Een alternatief werd gevonden door de Engelse beeldhouwer Frederick Scott Archer. Hoe belangrijk zijn uitvinding zou zijn heeft hij nooit kunnen indenken. Hij bedacht het Collodiumprocede.
Kort gezegd was zijn doel om een lichtgevoelige laag, blijvend op een glasplaat te brengen en te houden. Hiervoor gebruikte hij collodium, een dikke, stroperige vloeistof die werd verkregen door het oplossen van genitreerde katoen in een mengsel van ether en alcohol. De lichtgevoelige zouten werden in een mengsel van collodium opgelost waarna deze kleverige massa over de glasplaat werd gegoten. Vervolgens werd de glazen plaat in een met zilvernitraat bad gedompeld. Belangrijk was echter dat glasplaat in de camera werd blootgesteld aan het licht van het te fotograferen onderwerp voordat het collodium begon te drogen. Deze manier van fotografie is bekend geworden als “natte plaat fotografie”. Helaas voor Archer had hij hiervoor geen patent aangevraagd en leverde het hem niet veel meer op dan een mooie foto.
Door het gebruik van collodium en deze manier van werken kon men hele grote glasplaten gebruiken waarbij de foto zich kenmerkte door zeer kleine scherptediepte, veel detail, een diep contrast en een warme toon.
Het proces opzich was echter zeer omslachtig, het vergde heel wat routine en omdat het collodium proces alleen gevoelig was voor blauw licht werden de koude kleuren lichter en de warme kleuren donkerder afgebeeld. Doordat de foto op glasplaten werd geproduceerd en niet op papier was het niet mogelijk meerdere afdrukken te verkrijgen.
In 1852 publiceerde Archer zijn procede in: A manual of the Collodion Photographic process.
Echter heden ten dage wordt dit proces nog steeds of moet ik zeggen heeft dit procede een come-back gemaakt van ongekende orde.
Een Amerikaan genaamd Ian Ruhter heeft een soort bestelbus omgebouwd tot een rijdende camera waarmee hij heel Amerika rondtrekt en mensen maar ook landschappen fotografeert en vastlegt op aluminium platen van 1,50 meter bij 1.0 meter. Ian Ruhter stopt zijn tijd, ziel, en zaligheid en heel veel enthousiasme in het maken van collodiumfoto’s, welke hem alleen aan materiaal al een kleine 500 dollar kosten. Tik zijn naam eens in op Youtube en je zult vele filmpjes van hem tegenkomen.

 

Tot zover deel twee in de serie: De camera door de tijd.

Michel Jansen.

De camera door de tijd


Zoals al eerder aangehaald in een artikel fotograferen we tegenwoordig met velen. En dit kan zijn met een smartphone, compact camera, systeem camera of spiegelreflex camera en allen in verschillende uitvoeringen en mogelijkheden verkrijgbaar.

Maar waar is het ooit begonnen?

Je zal ooit wel eens van de term “camera obscura” hebben gehoord. Het is eigenlijk de eerste zeer primitieve fotocamera met dit verschil dat er geen filmrolletje in zat. Het begrip “camera obscura” betekend vanuit het latijn vertaald “donkere kamer” en is al enige duizenden jaren oud.
Camera_obscura_1
Men had al lang geleden ontdekt dat wanneer licht via een kleine opening op de muur in een verduisterde camera viel, een omgekeerd beeld op deze muur werd geprojecteerd. Het was de Chinese filosoof Mo Ti die dit fenomeen van de omgekeerde afbeelding beschreef.
Zo omstreeks het jaartal 1500 had Leonardi da Vinci de camera obscura uitvoeriger beschreven, echter de eerste echte foto is gemaakt door een uitvinder woonachtig in een Frans dorpje die als eerste een afbeelding vanuit zijn werkkamer naar buiten op lichtgevoelig materiaal wist vast te leggen.
De precieze datum is niet bekend maar schommelt tussen 1816 en 1826.
allereerste echte foto
Deze fotografische experimenten bleven niet onopgemerkt voor een andere vindingrijke Fransman, genaamd Louis Jacques Mande Daguerre, uitvinder van onder meer her Diorama.
De beide heren ontmoette elkaar in 1827, waarna in 1829 een samenwerking volgde.
De samenwerking mondde uit in een ontwikkeling in een methode tot het sneller kunnen maken van foto’s. Deze samenwerking was echter van korte duur door het overlijden van Joseph Niepce.
De Giroux Daguerreotype camera was de eerste echte camera en was gemaakt volgens het schuifdoosprincipe met een f15mm lens. De camera bestond uit een vierkante doos met aan de voorzijde de lens, en aan de achterzijde bevond zich een iets kleine doos die men heen en weer in de voorste doos kon schuiven. Op deze manier werd scherp gesteld.

Giroux-daguerreotypi camera

Aan de achterzijde van de tweede doos bevond zich een spiegel die zich onder een hoek van 45 graden bevond en hierop kon het beeld worden geprojecteerd, waardoor men dit vanaf de bovenzijde van de camera kon bekijken. Wanneer het beeld eenmaal was scherpgesteld werd op de spiegel een gevoelige plaat gelegd en kon deze worden belicht. De foto die door de Daguerretype camera werd gemaakt was een uniek exemplaar daar er geen negatief was voor het maken van meerdere foto’s.
De camera was echter flink aan de maat, 30x38x50 cm en de afmeting van de beeldplaat was 16,5×21,6 cm wat Daguerreotypeformaat of “volplaat” werd genoemd.
Een verbeterde versie van de Daguerreotypecamera werd in 1843 geïntroduceerd door Charles Chevalier. Dit was een draagbare volplaatcamera. De camera was evenals de Daguerreotype camera een volplaatcamera volgens het schuifdoostype echter waren de zijkanten van de totale kast scharnierend en door het demonteren van de lensplaat aan de voorzijde en de plaathouder aan de achterzijde kon het geheel worden ingeklapt. Qua scherpstelling was de camera van Chevalier weer verbeterd ten opzichte van de camera van Daguerre. Aan de bovenzijde van de volplaatcamera van Chevalier zat een grote ronde messing knop en door aan deze knop te draaien kon men scherpstellen.
Vele modellen geinspireerd door Daguerre’s camera verschenen op de markt, waaronder de Novel Appareil Gaudin, de Bourquin camera, de Ninth plate sliding box camera, de Plumbes daguerreotypecamera, een Franse drievoudige schuifdooscamera als voorloper op de Lewis daguerreotypecamera. Deze camera werd in 1851 geintroduceerd William en William H. Lewis en was een eerste balgcamera met vaste bodem.

Lewis daguerreotype camera
Tot zover het eerste deel van mijn “Camera door de tijd” verhaal.

 

micheljansenfotografie

 

De ommekeer


De ommekeer van foto-schoudertas naar foto-rugzak zou eigenlijk de volledige titel van dit item moeten zijn.

Wat ik zoal bij me heb als ik ga fotograferen? Uiteraard mijn Nikon D5200 body, een 18-140mm lens, een 70-300 lens en een 10-20mm lens. Reserve accu’s, lens schoonmaaksetje, reserve geheugenkaartjes, en nog wat klein spul. En hoe neem ik deze spullen allemaal mee?
Een aantal jaren heb ik deze spullen in een schouderfototas meegedragen.
Voordelen, daar deze tas aan de bovenzijde toegang had tot de binnenzijde door middel van een ritssluiting kon ik uiterst snel een fotolens verwisselen. Dit was dan ook voor mij het grote voordeel van de schoudertas in het algemeen maar specifiek voor deze schoudertas middels de ritssluiting. Je hoefde de tas niet af te doen.
Nadeel, een gewicht van zes kilogram aan je schouder en dan niet voor 15 minuten maar veelal voor een aantal uren.
Door het grote voordeel van de schouderfototas met betrekking tot de snelle toegang had ik een afkerende mening over de fotorugtassen. Daar ik best wel veel mijn lenzen verwissel zou ik dus een aantal keren de rugzak moeten afdoen, ergens neer leggen, openen, lens verwisselen, dicht ritsen en weer op je rug zwaaien. PPfff.
Maar de voortdurende pijn in de schouder na een fotoshoot begon mij toch ook tegen te staan.
Dus toch voorzichtig maar wel gericht en zorgvuldig via het internet op zoek naar een rugtas.
Voorwaarde was wel dat ik al mijn spullen er in kwijt kon, het een All weather exemplaar moest zijn en geen toegang aan de voorzijde van de rugtas. En dat werden avonden vergelijken, filmpjes op youtube bekijken, voor-en nadelen naast elkaar afwegend en de nodige hoofdbrekens.
De knoop en de bijl kwamen op een bepaald moment samen, kortom de knoop werd doorgehakt en er werd een besluit gemaakt.

   
De Lowepro ProTactic 450 AW Zwart is het geworden. Een juiste indeling was even puzzelen maar daar ben ik wel uit gekomen. Ik heb de rugzak nu verschillende malen met een fotoshoot meegenomen. Het draagcomfort is grandioos en het wisselen van een lens heeft dan wel wat meer tijd nodig, maar over het algemeen valt het reuze mee.
Een goede investering, want onder ons gezegd het is en blijft een flinke uitgave maar zijn geld dubbel en dwars waard.

Michel jansen.