Scherptediepte bestaat niet


Een veelbesproken onderwerp in de fotografie. Het komt er in het kort op neer dat je stelt scherp op een onderwerp en bij het gebruik van een kleinere lensopening is niet alleen het onderwerp scherp maar ook binnen een gebied vóór het onderwerp en binnen een gebied achter het onderwerp blijft het onderwerp scherp. Dit gebied, de zogenaamde scherptediepte is afhankelijk van de grootte van het diafragma, de afstand van camera tot onderwerp en de brandpuntsafstand van de lens. Klaar, punt uit.
Ja en nu juist dat “klaar, punt uit” zit mij niet lekker, sterker nog ik durf te beweren dat dit niet waar is. Maar hebben al die mensen die er verstand van hebben het dan mis? Ja en nee! Ben ik weer de betweter? Wellicht wel.
In de praktijk wordt in het algemeen aangenomen dat binnen het bereik van de scherptediepte het onderwerp binnen dit scherptediepte-gebied scherp blijft. Nee dus. Punt uit!
Een afbeelding van het onderwerp voor de lens wordt scherp op de sensor geplaatst, uitgaande van een correcte scherpstelling. In het betoog van de term scherptediepte zouden we dus nu zonder enige instelling op de camera te veranderen de camera binnen het scherptegebied kunnen verplaatsen en, volgens de algemene regel van de scherptediepte, het onderwerp blijvend scherp op de sensor worden afgebeeld. Immers in het scherptegebied is en blijft ons onderwerp scherp. En daar gaat het fout.
Het onderwerp is scherp op de afstand waarop wij op het onderwerp hebben scherpgesteld. Echter op een willekeurige afstand van het onderwerp, echter wel binnen ons scherptediepte-gebied zal er een verstrooiingsfiguur rondom ons beeld op de sensor verschijnen. Deze verstrooiingsfiguur ontstaat puur door onscherpte. Naarmate deze afstand toeneemt zal deze verstrooiingsfiguur ook toenemen en ontstaat er meer onscherpte.
De toename van deze verstrooiingsfiguur is dan weer afhankelijk van de gebruikte lensopening, afstand van camera tot onderwerp en brandpuntsafstand van de gebruikte lens. Uiteraard speelt grootte van de sensor hierbij ook een rol maar dit laat ik hier buiten beschouwing.
Bij de juiste scherpte instelling op het onderwerp krijgen we een scherp beeld op de sensor. Echter binnen het scherptedieptegebied is de toename van de verstrooiingsfiguur rondom het beeld op de sensor zo klein dat onscherpte nauwelijks waarneembaar is, maar de onscherpte, veroorzaakt door de verstrooiingsfiguur, is wel degelijk aanwezig in die mate dat het beeld “praktisch” scherp is echter “theoretisch” onscherper wordt naarmate we meer van ingestelde scherpstel-afstand afwijken. En vanuit dit standpunt heeft men dus aangenomen dat binnen het scherptegebied het beeld op de sensor “scherp” blijft. En bij iedere omschrijving van de term scherptediepte zowel in literatuur, of video’s, tutorials, lezingen op youtube in het bijzonder maar zeker ook op internet in het algemeen denk ik “dat is niet juist”. Want 10:3,33:3,33:3,33= praktisch nul maar zal nooit nul worden.
Ben je het met mijn verklaring niet eens, ik hoor het, vergezeld van een goede tegenuitleg, graag.

Wikipadia geeft omtrent scherptediepte een mooie verklaring.
De scherptediepte is het gebied in de voorwerpsruimte, waarbinnen de verstrooiingscirkels niet groter zijn dan de toelaatbare onscherpte. In de kleinbeeldfotografie wordt daarbij uitgegaan van een maximale diameter van de verstrooiingscirkels van 0,03 mm. Voor andere formaten (waaronder ook digitale camera’s) moet deze waarde worden gedeeld door de crop-factor van dat formaat.[1]

Wanneer de diafragmaopening wordt verkleind, zal de lichtkegel veel spitser binnenvallen. De cirkels (verstrooiingscirkels) worden dan ook kleiner en dus scherper afgebakend. Om nu te bepalen wat door mensen als scherp wordt beschouwd, zijn er afspraken gemaakt die er voor het kleinbeeldformaat op neerkomen dat „scherp” overeenkomt met een verstrooiingscirkel met een diameter kleiner dan 0,03 mm.

De scherptediepte is dus het hele gebied (niet alleen op het vlak waarop is scherpgesteld, maar ook het gebied ervoor en erachter) in de voorwerpsruimte waarvan de verstrooiingscirkels in de beeldruimte kleiner zijn dan 0,03 mm. Het scherptevlak ligt overigens niet precies midden in dit gebied; de scherpte van het gebied vóór het scherpstelvlak is kleiner dan het gebied erachter. Bij de zogenaamde hyperfocale afstand loopt het scherptegebied achter het scherpstelpunt door tot in het oneindige.

3 gedachten over “Scherptediepte bestaat niet”

    1. Discussiëren hoeft ook niet. Het doel van dit artikel is om duidelijk te maken dat alles niet is zoals men zegt. Wellicht denk je nog eens aan dit artikel als je iets hoort of leest over scherptediepte en dat alles binnen dit gebied “scherp” is.

      Like

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s