Soorten Lichtmeting


Ik fotografeer met een Nikon D7500 welke 4 soorten lichtmetingen kent. Deze lichtmetingen zijn niet specifiek voor de D7500 maar gelden voor alle DSLR’s van Nikon. Andere merken zullen overeenkomstige soorten van lichtmeting hebben waarbij de benaming kan verschillen van de in dit artikel omschreven benamingen.

Matrix meting: produceert natuurlijke resultatenin de meeste situaties. Camera meet een breed veld van het beeld en stelt de belichting in volgens de verdeling van toonwaarden, kleur, compositie.

Centrumgericht: Camera meet het gehele beeld maar wijst het grootste gewicht toe aan het middelste veld.

Spotmeting: Camera meet een cirkel gecentreerd op het huidige scherpstelpunt, waardoor het mogelijk is onderwerpen buiten het centrum te meten.

Op hoge lichten gericht: Camera wijst het grootste gewicht toe aan hoge lichten. Gebruik om het verlies van detail in hoge lichten te verminderen.

Een theoretische beschrijving van de vier lichtmethoden zoals omschreven in de handleiding van de camera. En deze theoretische beschrijving is natuurlijk leuk maar wat doet het, wat is het verschil? Met deze vraag zat ik dus ook en om hier een antwoord op te krijgen heb ik ze tijdens een macroshoot toegepast.

  • Alle foto’s zijn gemaakt in RAW waarbij in de nabewerking alleen lenscorrectie en in gelijke mate via synchronisatie verscherpen is toegepast;
  • elke serie van vergelijkingsfoto’s zijn gemaakt met een gelijk diafragma en ISO instelling.
  • elke foto in eenzelfde vergelijking zijn gemaakt onder gelijke lichtomstandigheden, op een zelfde afstand.
  • alle foto’s zijn gemaakt op statief, dus een statische opbouw.

Genoeg theorie, en dan nu de foto’s.

001: Spotmeting: sluitertijd 1/1250; diafragma F11; Iso 250

002: Matrixmeting; sluitertijd 1/640; diafragma F11; Iso 250

003: Centrumgericht: sluitertijd 1/640; diafragma F11; Iso 250

Wat het eerste opvalt is het verschil in sluitertijd tussen de spotmeting en matrixmeting. Qua belichting is daardoor het verschil tussen 001 en 002 goed zichtbaar. 001 is wat donkerder echter de detaillering is hoger. Het verschil tussen de matrix meting en centrumgerichte meting is nihil.

Een tweede serie:

004: Matrixmeting; sluitertijd 1/160; diafragma F11; Iso 250

005: Spotmeting: sluitertijd 1/80; diafragma F11; Iso 250

Wederom zien we hier een verschil in sluitertijden, maar we zien ook een ommekeer!!Bij de vorige serie zagen we een snellere sluitertijd bij de spotmeting en hier een langzamere sluitertijd bij eenzelfde spotmeting. Dit vraagt om een verklaring.

Bij een spotmeting wordt het licht gemeten op het huidige scherpstelpunt. Bij serie 001 lag dit scherpstelpunt op de lichtere knop. Er wordt meer licht teruggekaatst wat resulteert in een snelle sluitertijd. De totale foto is dan ook donkerder.

Bij de serie 004 lag het scherpstelpunt op het donkere deel aan de binnenzijde van de bloem. Er wordt hier minder licht teruggekaatst wat een langzamere sluitertijd teweeg brengt. We zien tevens dat de totale foto lichter wordt, dit in tegenstelling bij serie 001 bij een gelijke spotmeting.

Een derde serie foto’s

006: matrixmeting: sluitertijd 1/160; diafragma F8; Iso 50

007: spotmeting: sluitertijd 1/800; diafragma F8; Iso 50

008: centrum gericht: sluitertijd 1/320; diafragma F8; Iso 50

009: op hoge lichten: sluitertijd 1/800; diafragma F8; Iso 50

Als eerste dient vermeld te worden dat de zon redelijk boven op de bloem schijnt, met een donkere achtergrond. Dit zien we ook terug bij foto 006 in combinatie met de matrixmeting. De camera meet een breed veld waardoor de fel belichte binnenkant van de bloem overbelicht wordt.

Bij foto 007 in combinatie met de spotmeting zien we eigenlijk het tegenovergestelde. De belichting wordt gedaan op het lichtste deel van de foto waardoor bij de camera instelling diafragma voorkeuze een snellere sluitertijd het gevolg is en daardoor de foto donkerder wordt.

Foto 008 bij een centrum gerichte belichting geeft bij deze serie de mooiste en juiste belichting. Het gehele veld wordt betrokken in de lichtmeting met een nadruk op het centrum waar zich het lichtste object van de foto bevindt.

De belichting op hoge belichting gericht komt sterk overeen met de spotmeting maar vertoont een iets lichtere foto bij een gelijke belichting.

Een vierde serie van metingen.

010: spotmeting: sluitertijd 1/250; diafragma 8; Iso 50

011:centrum gericht: sluitertijd 1/125; diafragma 8; Iso 50

012: matrixmeting: sluitertijd 1/125; diafragma 8; Iso 50

Het scherpstelpunt bij deze serie foto’s lag op het gele deel van de uitgebloeide bloem, qua helderheid een licht deel van de gehele foto en dat zien we terug bij de spotmeting bij foto 010. De belichting valt samen met het scherpstelpunt, een hoge lichtwaarde, wat resulteert in een snelle sluitertijd en een onderbelichte foto.

Wederom bij de centrumgerichte meting 011 en de matrixmeting 012 een gelijke belichtingswaarde echter doordat de centrumgerichte meting een hoger contrast geeft aan de foto is deze mooier van belichting.

Een vijfde en laatste serie foto’s waarbij tevens een vergelijk wordt gemaakt bij gebruik van de belichtingscompensatie en welk effect dit heeft.

013: Spotmeting: sluitertijd 1/640; diafragma 5.6; Iso 50

014: spotmeting: sluitertijd 1/1250; diafragma 5,6; Iso 50; belichtingscompensatie -1,00

015: matrixmeting: sluitertijd 1/160; diafragma 5,6 Iso 50

016: matrixmeting: sluitertijd 1/400; diafragma 5,6; Iso 50; belichtingscompensatie -1,00

Foto 013 en 014 zijn beide gemaakt met een spotmeting, scherpstelpunt gericht op de bloemknop die qua helderheid de boventoon voert in het gehele plaatje. Doordat de bloemknop, welke een klein deel uitmaakt van de donkere omgeving, krijgen we een licht onderbelichte foto. Uiteraard met de -1 stops belichtingscompensatie wordt de knop donkerder maar ook de achtergrond wordt donkerder.

Foto 015 en 016 zijn beide gemaakt met een matrixmeting wederom het scherpstelpunt gericht op de bloemknop. en ook hier zien we het tegenovergestelde als bij foto’s 013 en 014. De lichtmeting bestrijkt een groot deel van het veld, de lichte bloemknop neemt hier slechts een klein deel voor zijn rekening dus is het de donkerder omgeving welke doorslaggevend is voor de totale belichting en er dus een langzamere sluitertijd wordt ingesteld. Dit uit zich in de overbelichting. Een belichtingscompensatie van -1 stop geeft een betere belichting waardoor de sluitertijd uiteraard sneller wordt.

In dit artikel heb ik getracht door voorbeelden uit de praktijk meer duidelijkheid te geven in de diverse soorten lichtmethoden die je camera in huis heeft. Uiteraard fotograferen in de automatische stand is het makkelijkst, echter spelen met de instellingen die tot de mogelijkheden van je camera behoren is toch veel leuker.

Michel Jansen.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s