De camera door de tijd. Natteplaat fotografie


Het positieve van een negatief/natteplaat fotografie

In het allereerste begin, met de camera obscura, werd een beeld op een muur of plaat geprojecteerd, en wilde je dit beeld behouden moest men het camera obscura beeld natrekken.
In een later stadium was het de Franse onderzoeker Louis Jacques Mande Daguerre in samenwerking met Joseph Nicephore Niepce met zijn Daguerreotype camera een positief beeld op plaat te zetten. Nadeel van deze methode was echter dat iedere gemaakte foto een unieke foto was en niet kon worden gedupliceerd.
Het was de Brit William Henry Fox Talbot die hier verandering in bracht. In eerste instantie dacht Talbot dat zijn vinding om het beeld vast le leggen op plaat onafhankelijk van Daguerre al reeds door Daguerre was uitgevonden. Op 31 januari van het jaar 1839 beschreef Talbot zijn proces voor het Koninklijk Instituut in Engeland, waaruit de eerste geschreven publicatie omtrent fotografie uitkwam met de titel: “Some account of the art of Photogenic drawing”.
In 1841 legde Talbot zijn uitvinding vast in een patent van de “verborgen afbeelding” en werd bekend als de Calotype.
Wat was nu het wezenlijke verschil tussen de Daguerreotype en de Calotype?
De foto van de daguerreotype was een positief en uniek beeld welke niet kon worden gedupliceerd zonder de foto opnieuw te maken. De Calotype was het tegenovergestelde, namenlijk een negatief beeld wat door sommige werd bekritiseerd als een waardeloos beeld daar alles werd omgekeerd. Wit werd zwart en zwart werd wit en bij portretfoto’s zagen de geportretteerde er uit als vreemde en spookachtige mensen. Echter werd dit negatieve beeld omgezet via een tweede lichtgevoelig vel papier tot een positief beeld.
Kwalitatief gezien waren de Calotype afdrukken minder van kwaliteit en minder lichtgevoeliger dan de Daguerreotype foto’s, wat veroorzaakt werd door de vezels waaruit het papier was gefabriceerd. De foto’s waren grauwer, onscherp en gespikkeld. De voordelen waren dat het proces goedkoper was, het adrukken van de foto sneller en eenvoudiger was.
Het adrukken op glasplaten als negatief gaf een verbetering echter vond Talbot het coaten van deze glasplaten ten behoud van het negatieve beeld een omslachtig en moeilijk proces.
Abel Niepce, neef van Joseph Niepce, kwam in 1847 met een nieuwe toepassing. Hij gebruikte hiervoor: eieren.
Met zijn uitvinding, het “albumine-op-glas” proces bracht hij het eiwit van verse eieren als bindmiddel voor het kaliumjodide aan op een glasplaat, liet dit drogen, waarna deze plaat werd voorzien van een lichtgevoelige zilvernitraatlaag. Ondanks de bijkomende nadelen, de glasplaat moest op een volledig waterpas staande tafel liggen en de gefrabriceerde glasplaten van toen waren niet volmaakt glad, werd dit albumine proces de standaard methode voor het afdrukken van foto’s. Het mengsel van natriumchloride opgelost in een albumineoplossing gaf een coating over het papier welke door het eiwit niet in het papier trok en de vezels van het papier geen storend effect gaven over het oppervlak. Veertig jaar lang werd dit het standaard proces.
Een alternatief werd gevonden door de Engelse beeldhouwer Frederick Scott Archer. Hoe belangrijk zijn uitvinding zou zijn heeft hij nooit kunnen indenken. Hij bedacht het Collodiumprocede.
Kort gezegd was zijn doel om een lichtgevoelige laag, blijvend op een glasplaat te brengen en te houden. Hiervoor gebruikte hij collodium, een dikke, stroperige vloeistof die werd verkregen door het oplossen van genitreerde katoen in een mengsel van ether en alcohol. De lichtgevoelige zouten werden in een mengsel van collodium opgelost waarna deze kleverige massa over de glasplaat werd gegoten. Vervolgens werd de glazen plaat in een met zilvernitraat bad gedompeld. Belangrijk was echter dat glasplaat in de camera werd blootgesteld aan het licht van het te fotograferen onderwerp voordat het collodium begon te drogen. Deze manier van fotografie is bekend geworden als “natte plaat fotografie”. Helaas voor Archer had hij hiervoor geen patent aangevraagd en leverde het hem niet veel meer op dan een mooie foto.
Door het gebruik van collodium en deze manier van werken kon men hele grote glasplaten gebruiken waarbij de foto zich kenmerkte door zeer kleine scherptediepte, veel detail, een diep contrast en een warme toon.
Het proces opzich was echter zeer omslachtig, het vergde heel wat routine en omdat het collodium proces alleen gevoelig was voor blauw licht werden de koude kleuren lichter en de warme kleuren donkerder afgebeeld. Doordat de foto op glasplaten werd geproduceerd en niet op papier was het niet mogelijk meerdere afdrukken te verkrijgen.
In 1852 publiceerde Archer zijn procede in: A manual of the Collodion Photographic process.
Echter heden ten dage wordt dit proces nog steeds of moet ik zeggen heeft dit procede een come-back gemaakt van ongekende orde.
Een Amerikaan genaamd Ian Ruhter heeft een soort bestelbus omgebouwd tot een rijdende camera waarmee hij heel Amerika rondtrekt en mensen maar ook landschappen fotografeert en vastlegt op aluminium platen van 1,50 meter bij 1.0 meter. Ian Ruhter stopt zijn tijd, ziel, en zaligheid en heel veel enthousiasme in het maken van collodiumfoto’s, welke hem alleen aan materiaal al een kleine 500 dollar kosten. Tik zijn naam eens in op Youtube en je zult vele filmpjes van hem tegenkomen.

 

Tot zover deel twee in de serie: De camera door de tijd.

Michel Jansen.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s