Diafragma en scherptediepte


Diafragma.
Het diafragma is één van de drie factoren die de belichting van de foto bepalen. Maar het diafragma en dan specifieker gezegd de grootte van het diafragma heeft ook belangrijke neveneffecten die je kunt gebruiken in je foto.
De grootte van het diafragma-opening bepaalt de scherptediepte, afhankelijk van de voorwerpsafstand. Naast deze grootte van het diafragma bepaalt ook de brandpuntsafstand van de gebruikte lens de scherptediepte.
Maar als eerste de grootte van het diafragma.
Allereerst wil ik het principe van de scherptediepte verklaren onafhankelijk van de grootte van het diafragma en/of brandpuntsafstand van de gebruikte lens.
Je stelt scherp op een voorwerp op 5 meter. Alles in zowel het verticale als horizontale platte vlak op 5 meter is scherp. Het beeld op de sensor is ook scherp.
Echter op 4,50 meter of 5,50 meter is het beeld op de sensor niet scherp maar wordt waziger en ontstaat er een verstrooiingsfiguur. Op 4,0 meter en 6 meter is deze verstrooiingsfiguur nog waziger. Kortom naarmate je afstand vanaf je oorspronkelijk ingestelde afstand van 5 meter veranderd (voor of achter het voorwerp) wordt de verstrooiingsfiguur onscherper.
Door de diafragma-opening te verkleinen wordt de verstrooiing van het originele beeld, dus de verstrooingsfiguur op de sensor kleiner. De foto wordt niet scherper maar de onscherpte wordt minder. Echter deze verstrooiing van het originele beeld neemt toe naarmate je verder van het voorwerp verwijderd, echter verleg je de plaats waar dit zich voordoet vanaf het originele beeld af. Door de diafragma opening nog verder te verkleinen wordt de verstrooiingsfiguur op de sensor kleiner of anders gezegd de scherptediepte groter. Nogmaals de foto wordt niet scherper, maar de onscherpte wordt kleiner. Maar als een foto minder onscherper wordt, wordt deze toch scherper hoor ik je denken. Nee!! De onscherpte wordt zo klein dat deze onscherpte bijna niet meer te zien is. Laat ik het anders verklaren door een rekensom. Ik heb een getalswaarde en deze deel ik door bijvoorbeeld drie en blijf dit herhalen. De uitkomst zal steeds kleiner worden, maar nooit op nul uitkomen. De onscherpte van de foto wordt steeds kleiner maar zal nooit scherp worden. Oke dit is de zuivere theorie, maar daardoor wordt het geheel wel duidelijker en is de realiteit.
De groothoeklens van 28mm en de telelens van 300mm.
Twee verschillende lenzen maar ze hebben een overeenkomst die tegengesteld is. Weer zo’n opmerking die vreemd overkomt. Maar laat mij dit even verduidelijken.
Ik maak met de 28mm een foto van een voorwerp op 6 meter met diafragma 8.0 De scherptediepte is hierbij groot of anders gezegd de toenemende mate van onscherpte van de verstrooiingsfiguur ligt verder van het originele voorwerp op 6 meter af.
Ik maak dezelfde foto met de telelens van 300mm op 6 meter afstand met diafragma 8.0. De scherptediepte lijkt veel kleiner. Waarom is er verschil in de scherptediepte.
Heeft het gebruik van een lens met een grotere brandpuntsafstand dan werkelijk invloed op deze scherptediepte. Ja en nee.
In principe is diafragma 8.0 bij een groothoeklens even groot als bij een telelens van 300mm. Dus hier en dientengevolge dit kan dus geen verandering in de scherptediepte veroorzaken.
Maar laten we de beide lenzen eens naast elkaar leggen. De groothoek heeft een grote beeldhoek in horizontaal en verticaal vlak waardoor er meer op de foto wordt afgebeeld zowel in horizontaal als verticaal vlak, echter in de diepte lijkt alles dichter bij elkaar te komen. De wijdere beeldhoek heeft in relatieve zin als gevolg dat alles kleiner wordt. En dit feit heeft tot gevolg dat de scherptediepte behorend bij diafragma 8.0 groter lijkt doordat het beeld in de diepte lijkt gecomprimeerd.
De telelens echter heeft een veel kleinere beeldhoek en maken we een foto vanuit het zelfde standpunt zal er door de kleinere beeldhoek, minder op de foto komt en alles groter wordt, zowel in het horizontale en verticale vlak en in de diepte. Het beeld in de diepte wordt (in tegenstelling tot bij de groothoek) niet gecomprimeerd maar uit elkaar getrokken. De onderlinge afstanden in de diepte lijken groter waardoor de scherptediepte kleiner. En dat veroorzaakt het verschil in scherptediepte bij een groothoek en telelens.
Overigens is deze scherptediepte niet zoals je zou verwachten 50% voor het scherpstelpunt en 50% achter dit punt. Deze verhouding ligt op 1/3 voor het scherpstelpunt en 2/3 achter het scherpstelpunt.

micheljansenfotografie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s